Archive for the ‘coc-columnarchief’ Category

Gay.nl | Talk the Talk, Walk the Walk

vrijdag, maart 23rd, 2012

03-01-2012 | Column voor www.gay.nl

Ik wens alle lezers van gay.nl een heel goed 2012! Dank dat zoveel van jullie op mij gestemd hebben als Gay Icoon. Een grote eer en ik ervaar het als waardering voor het werk dat we als COC doen en aan de wijze waarop ik het voorzitterschap invul.

Voor mij was het heel mooi om op 23 december jl. de trofee te mogen ontvangen uit handen van Kristiaan Schimmel van Gay.nl en Frits Huffnagel in aanwezigheid van vele COC-collega’s. Toen Frits aan mij vroeg wat mijn wens was voor 2012, dacht ik aan de lijst speerpunten van het COC, maar toch kwam er iets anders naar boven. Ik zei: ik hoop dat iedereen die iets te melden heeft in de media niet alleen roept, maar er ook iets aan doet. Met andere woorden: talk the talk and walk the walk. Doe wat je zegt. En dat BN’ers daarnaast ook meer nadenken over het effect van hun uitspraken.

Laat ik een voorbeeld noemen. In de Spits van december sprak geestelijke Antoine Bodar zich uit over de actuele discussie rondom homo-emancipatie. ‘Nederlandse homo’s moeten oppassen dat ze de zaak niet overkillen. Er kan niet wát gebeuren, of er wordt weer gezegd dat Nederland homo-onvriendelijker wordt. Natuurlijk vind ik dat die Marokkanen hun handen thuis moeten houden. Maar er zijn nog meer zielige mensen op de wereld. Waarom moet je de zaak zo op de spits drijven?”

Waar ik me zo aan stoor in zijn artikel – los van het feit dat Bodar insinueert dat alle Marokkanen losse handjes hebben en dat hij homoseksuelen die in elkaar worden geslagen, zielig noemt – is dat het de wereld op zijn kop is. Als zelfs een geestelijke het geweld tegen homo’s bagatelliseert, dan denk ik:  oh my god. Iedere keer dat iemand klappen krijgt of wordt uitgescholden omdat hij gewoon zichzelf is, zou een grote verontwaardiging moeten oproepen. Of je nou homo, lesbisch of trans bent, donker bent, een keppeltje draagt of een sluier. Het effect van een BN’er, zoals Antoine Bodar, die toch vaak zijn stemgeluid laat horen op radio en tv en lastige thema’s durft te bespreken, is groot. Er zullen in dit geval altijd mensen zijn die denken: ‘Tja daar heeft hij een punt. Die homo’s moeten niet zo zeuren.’ Wat bereik je met zo’n uitspraak? Een betere samenleving? Ik denk het niet. Ik ben van mening dat geweld en discriminatie tegen wie dan ook nooit mogen worden gerelativeerd.

In hetzelfde interview zei Antoine Bodar nog het volgende. ‘Als er iemand plaatsvervangend de cel in moet om op te draaien voor het misbruik in de katholieke kerk, dan werp ik me op. Ik vind dat er boetedoening gedaan moet worden, en dat kan door in de gevangenis te gaan zitten.” Op dat moment dacht ik even: talk the talk and walk the walk.

Ook in 2012 kunnen jullie rekenen op de inzet van het COC om de sociale acceptatie van de LGBT’s in Nederland en daarbuiten te vergroten!

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Openingstoespraak Werkconferentie Seksuele Diversiteit Nijmegen

vrijdag, september 16th, 2011

Vandaag gaf ik deze lezing op de Werkconferentie Seksuele Diversiteit in Nijmegen, een conferentie om ideeën en voorstellen te verzamelen voor de invulling van nieuw gemeentelijk LHBT-beleid. 

OPENING – historische aanloop

Geachte aanwezigen,

Ik voel me vereerd de openingstoespraak te mogen houden tijdens deze werkconferentie seksuele diversiteit, waarvan het doel is bouwstenen te leveren voor het LHBT-beleid van de gemeente Nijmegen in de komende jaren.

Nijmegen mag zich met recht een koplopergemeente noemen. Dat blijkt niet enkel uit de periodieke monitoring van MOVISIE, de toekenning van hun Lantaarnprijs voor het beste LHBT-beleid – waarbij Nijmegen minstens een toppositie krijgt! Het blijkt vooral uit het feit dat deze stad al bijna dertig jaar een voorbeeldig LHBT-beleid voert.

Dat is begonnen in 1982 met een treurige aanleiding – maar dat is eigenlijk altijd zo: het is een historisch feit dat de LHBT-emancipatie vaak op gang komt door een discriminerende wet of gebeurtenis. Dat was in ons land in 1911 na de invoering van het discriminerende wetsartikel 248bis – dat leidde tot de oprichting door jonkheer Schorer van het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee, de voorloper van het COC.

In Nijmegen in 1982 was de treurige aanleiding de in een totale vechtpartij geëindigde Roze Zaterdag in Amersfoort dat jaar. Het Nijmeegse Comité van Waakzaamheid tegen Fascisme en Racisme – waar ook leden van het COC actief in waren – schreef onmiddellijk daarop een brief aan het College van B&W met de vraag of die gebeurtenissen geen aanleiding zouden moeten zijn om actief locaal homo/lesbisch beleid te voeren.

Het antwoord daarop van de toenmalige wethouder Annie Brouwer mag opvallend genoemd worden. Zij nam die uitnodiging aan, maar in plaats van ambtenaren de opdracht te geven eens een nota te schrijven, vroeg zij het Comité om met voorstellen te komen. En ze stelde voor om daarover overleg te voeren met het hele ambtenarenapparaat.

Het Comité heeft die uitnodiging doorgespeeld naar het COC en vanaf 1982 is de Werkgroep Politiek van het COC Nijmegen aan de slag gegaan. Twee jaar lang werd met ambtenaren gesproken. Een proces van wederzijds aftasten, vertrouwen winnen én inzicht verwerven om te komen tot een nota waarin voorstellen opgenomen konden worden die aansloten bij de taak en verantwoordelijkheid van een gemeente.

Dat leidde in 1985 tot de presentatie door het COC van de eerste Nijmeegse Homonota die de basis is geworden voor het beleid dat de gemeente sindsdien voert. De eerste officiële gemeentelijke nota ‘Meer dan Tolerantie’ uit 1988 sloot daarop aan en kon concreet invulling van beleid geven, omdat de gesprekken die in de jaren daarvoor op ambtelijk niveau gevoerd waren met het COC de wederzijdse betrokkenheid van gemeente en LHBT-gemeenschap een hechte basis hadden gegeven. En ook in de advisering en de uitvoering van het beleid, zien we sindsdien steeds een rol voor de LHBT-beweging.

Terugkijkend naar die beginperiode is van belang, omdat daar een traditie zichtbaar wordt die we gekoesterd mag worden en ook vandaag gelukkig nog zichtbaar is: het Nijmeegse LHBT-beleid wordt in samenspraak met de LHBT-gemeenschap gevoerd. Die actieve betrokkenheid waarborgt dat het beleid aansluit bij zaken die werkelijk om aandacht en betrokkenheid vragen en geïnspireerd kunnen worden door de creativiteit en de inzet van de LHBT-gemeenschap.

Dat geeft vertrouwen, betrokkenheid en is ook een belangrijke voorwaarde om het beleid succesvol te laten zijn.

ONDERWIJS – koploper blijven

De inzet vandaag is nieuwe speerpunten van geleid te formuleren. Daar zal ik ook zeker op ingaan, maar ik wil ook nog even stilstaan bij het beleid dat de afgelopen jaren al gevoerd is – en met succes.

Dat geldt vooral voor het onderwijsbeleid. Dat kreeg in de jaren ’90 een flinke impuls door de inzet van de toenmalige voorzitter van COC Nijmegen en nu wethouder Henk Beerten. Het Zilveren Jubileum van het COC Nijmegen in 1996 werd vooral op zijn initiatief vooral in het teken van onderwijs en homoseksualiteit geplaatst. Met een symposium en de presentatie van het onderzoek ‘De Heteroseksuele School’.

Dat onderzoek trok landelijke aandacht, omdat daarin heel duidelijk werd dat het homotolerante Nederland ten dele een mythe is. Schoolgaande jongeren, nog op zoek naar hun eigen identiteit en gevoelig voor groepsnormen, bleken vooral zekerheid te vinden door het beklemtonen van de heteronorm. Een beeld dat inmiddels in een tal van onderzoeken bevestiging gekregen heeft.

De gemeente Nijmegen voert sindsdien een actief onderwijsbeleid – dat wat het COC betreft als good practice voor tal van gemeenten geldt. Zaak is dat Nijmegen op dit terrein koploper blijft!

Nijmegen toont aan dat goed onderwijsbeleid mogelijk is ook zonder dat scholen in de kerndoelen verplicht worden om aan seksuele vorming, waaronder ook LHBT-voorlichting, aandacht te besteden. Desondanks houden we daar aan vast, omdat er nog altijd te veel scholen niets aan LHBT-voorlichting doen. Terwijl de situatie op scholen er niet beter op wordt. Een LHBT- en vrouwonvriendelijke machostraatcultuur dringt steeds meer door tot het schoolplein en het klaslokaal. Een verontrustende ontwikkeling die niet enkel voor de grote steden geldt.

Om die ontwikkeling te keren, is een overvloed aan leermiddelen ontwikkeld en zal ook nog wel ontwikkeld worden. Aan leermiddelen schort het niet aan – waar het aan schort is de daadwerkelijke inzet daarvan. Vooral helaas door koudwatervrees van schoolbesturen en docenten om een juist als het om die straatcultuur gaat brisant onderwerp aan de orde te stellen.

Nijmegen toont aan dat de inzet daarvan succes kan hebben. Verplichte LHBT-voorlichting op alle scholen kan er voor zorgen dat gemeenten en scholen hier zullen aankloppen om het ‘Nijmeegse model’ te gaan overnemen.

VEILIGHEID – waarborgen door naast de burger te staan

Blijvende aandacht is ook nodig voor het veiligheidsbeleid. Registratie en het stimuleren van het doen van aangiften is daarbij belangrijk. Maar let wel: dat laatste zal enkel resultaat hebben als mensen ook het gevoel hebben dat hun aangifte of melding serieus genomen wordt en waar mogelijk ook leidt tot aanhouding van daders of in elk geval grotere alertheid van de autoriteiten om de veiligheid in een bepaalde buurt of deel van de stad te waarborgen. Want registratie van geweld en discriminatie is ook bedoeld om een beeld te krijgen van de plekken waar geweld en discriminatie voorkomen – om daarmee gerichte recherche en preventie op deze hot spots te kunnen voeren.

Het laatste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau toont aan dat het geweld en de discriminatie van LHBT’s wel wat stijgt – maar dat dit mogelijk een gevolg is van het feit dat mensen meer meldingen en aangiften doen. Ondankbaar feit is waarschijnlijk dat in gemeenten waar actief LHBT-veiligheidsbeleid gevoerd wordt de meldingen en aangiften over geweld en discriminatie stijgen – en hoger zijn dan in gemeenten die daar niets aan doen.

Minstens zo belangrijker is het dat het SCP ook aantoont dat het gevoel van onveiligheid onder LHBT’s toeneemt. Daarover zei minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dit weekend in Buitenhof iets heel belangrijks. Hij maakte duidelijk dat voor bestuurders moet gelden dat zij zich niet voornamelijk moeten richten – en nog minder dienen te wijzen – op de statistieken over onveiligheid, maar vooralde beleefde werkelijkheid van burgers als uitgangspunt van beleid moeten nemen. Het gevoel van onveiligheid kan namelijk enkel volgens Opstelten weggenomen worden door een overheid die actief en betrokken laat merken – in woord én daad – naast de burger te staan.

Woorden van een minister – meer nog oud-burgemeester – die ik enkel kan onderschrijven en voorhouden aan de burgemeester en wethouders van deze stad!

MAINSTREAMING en BORGING – de regie behouden

Ik heb stilgestaan bij wat er al bereikt is en verder uitgebouwd zal worden, omdat spreken over nieuwe beleidsthema’s – wat vandaag aan de orde komt – ook een ‘vlucht vooruit’ kan betekenen als het gevoerde beleid niet optimaal geborgd wordt.

Aandacht daarvoor is nodig omdat de beleidsterreinen die jarenlang als ankerpunt voor LHBT-beleid hebben gegolden steeds meer verlaten worden. Ook de gemeente Nijmegen stopt met het doelgroepen-, emancipatie-, diversiteits- en integratiebeleid. Gekozen wordt voor mainstreaming van LHBT-beleid. Vraag is dan hoe je voorkomt dat in een integrale aanpak het roze beleid nog zichtbaar blijft én meer nog: hoe houdt je daar sturing op om de doelen die je gesteld hebt ook te kunnen bereiken.

De Adviescommissie Homo-/Lesbisch Beleid van de gemeente Nijmegen heeft terecht op dit gevaar gewezen en daar alert een advies over uitgebracht.

Voor de goede orde – dit debat is niet nieuw en (meer nog) sluit ook aan bij wat de LHBT-beweging altijd bepleit heeft als het gaat om LHBT-beleid. Als zelfstandig beleidsterrein kan het enkel zin hebben in de startfase. Om eerst de voor de hand liggende zaken goed te regelen en vooral ook om de organisatie te sensibiliseren voor LHBT-beleid. Daarna moet het – om maar eens een inmiddels ouderwets woord te gebruiken – facetbeleid worden. Dus: opgenomen worden in al het al bestaande beleid.

Om de mainstreaming te waarborgen zijn naar ons inzicht twee aspecten van essentieel belang. Voor het debat vandaag wil ik die daarom graag naar voren brengen.

REGIE – ten eerste blijft het van belang een wethouder als regisseur, als bewaker van het LHBT-beleid te handhaven, ook als dat beleid in toenemende mate verdeeld raakt over de portefeuilles van alle bestuurders en in heel de ambtelijke organisatie. Dat maakt het bovendien ook mogelijk voor de gemeenteraad om waar dat wenselijk wordt gevonden direct een verantwoordelijke wethouder aan te spreken als daar aanleiding voor is.

Die regiefunctie van een verantwoordelijke wethouder daagt ook uit om het LHBT-beleid dat in de uitvoering steeds meer mainstream wordt, toch in een samenhangend kader te kunnen blijven plaatsen en daar ook politiek en maatschappelijk een debat over te kunnen voeren.

PROFILERING – ten tweede dient het beleid momenten en gebeurtenissen te blijven organiseren waarin de stad zich letterlijk laat kennen als LHBT-vriendelijke gemeente. Voor de goede orde: dan bedoel ik uiteraard publieke bijeenkomsten als de Roze Woensdag, maar als het om het beleid gaat eigenlijk meer nog een initiërende rol van de gemeente Nijmegen om bijvoorbeeld met andere koplopergemeenten een symposium te organiseren over een deelterrein van het te voeren LHBT-beleid.

Die momenten en gebeurtenissen zijn daarom van belang omdat ze letterlijk het roze beleid uit het totale beleid tillen. Daarmee wordt het belang dat de gemeente hecht aan het LHBT-beleid voor het profiel van de stad en voor zijn bewoners duidelijk onderstreept.

Bovendien maakt dit duidelijk dat het LHBT-beleid niet enkel onderdeel is van het gehele gemeentelijke beleid, maar als ‘apart beleidsterrein’ ook onderdeel is van landelijk beleid, beleid dat ook in samenwerking met andere gemeente tot stand komt.

MODERN BURGERSCHAP – kraamkamer nieuwe initiatieven

De eerste Nijmeegse gemeentelijk roze nota heette terecht ‘Meer dan Tolerantie’. Tolerant is Nederland namelijk overvloedig – maar het is wel een tolerantie op afstand met de heteronorm als stevig uitgangspunt en minderheidstress onder LHBT’s als gevolg. Als LHBT-beleid al ergens op gericht zou moeten zijn, dan is het doorbreken daarvan.

Roze Burgerschap is daarom in de eerste plaats een taak voor de…heteroseksuele meerderheid. Onze vrijheid is enkel gewaarborgd als dat ook een zaak is voor de overgrote heteroseksuele meerderheid. Niet om zichzelf zelfgenoegzaam op de borst te slaan – en nog minder als stok om andere minderheden mee te slaan. Maar als zaak waar men met LHBT’s aan wil werken om letterlijk met een elkaar een samenleving op te bouwen die ‘meer dan tolerant’ is.

Gay-Straight Allianties zijn daarom het aangewezen instrument om dit waar te maken. Dat zien we in het onderwijs – daar zien we dat GSA’s er toe leiden dat het schoolbeleid (en meer nog de schoolcultuur) een zaak wordt van de leerlingen zelf. Die nemen daar verantwoordelijk voor en dat is dé basis om veranderingen werkelijk tot stand te brengen. Die GSA-aanpak dient dan ook toegepast te worden in andere organisatie en sectoren van de samenleving.

GSA’s – ontwikkeld in de Verenigde Staten – tonen iets aan waar de LHBT-beweging zich soms veel te weinig van bewust is, te weinig trots op is – en waar de rest van de samenleving eigenlijk te weinig oog voor heeft. Dat is het feit dat de LHBT-gemeenschap een kraamkamer is gebleken voor creatieve en sociale innovaties om in een veranderende samenleving met anderen als individu tot je recht te komen.

Naast de GSA kunnen ook de buddyzorg en de PinkCode-groepen als voorbeeld genoemd worden.

BUDDYZORG – in de jaren ’80 ontwikkeld in de begintijd van de aidsepidemie – is een sprekend voorbeeld van vrijwillige mantelzorg voor mensen die niet vanzelfsprekend over een sociaal netwerk beschikken waar ze een beroep op kunnen doen. Toen actueel, maar in deze tijd van bezuinigingen op de zorg (de pgb’s) niet minder.

PINKCODE-GROEPEN – vormen zich nu in tal van Amsterdamse buurten (naar postcode-gebied, vandaar de naam). Ze brengen LHBT’s in die buurten bij elkaar om met elkaar waakzaam te zijn – bijvoorbeeld als het om buurtoverlast gaat. Maar gaandeweg vormen ze zo ook een sociaal netwerk dat mensen uit hun sociale isolement in de eigen woonomgeving haalt.

Tenslotte kunnen daarvoor trouwens ook de roze woonprojecten genoemd worden. Ze zijn een poging om anders samen te wonen, door zaken met elkaar te delen en daarmee voor elkaar – en de samenleving – goedkoper te maken. Ook dit is een vorm van sociale innovatie die de overheid zou moeten stimuleren om school te maken.

En geen misverstand hierover: voor alle voorbeelden geldt dat solidaire hetero’s altijd meer dan welkom zijn – zo sektarisch zijn we niet…

TRANSGENDERS – lakmoesproef voor een tolerante, pluriforme samenleving

De omgang met transgenders is dé lakmoesproef voor een meer dan tolerante samenleving – meer nog dan als het gaat om homo/lesbische emancipatie. De reden daarvoor is dat transgenders fundamenteel vraagtekens stellen bij iets dat de meeste mensen als volstrekt vanzelfsprekend stellen, namelijk het feit dat hun sekse gelijk staat met hun genderidentiteit.

Het is daarom goed dat de gemeente Nijmegen daadwerkelijk LHBT-beleid wil gaan voeren door ook aandacht voor transgenders onderdeel van dit beleid te maken.

Daar is al het nodige voorwerk voor gedaan middels de studie ‘Transgender: Anders of Gewoon’ van Judith Schuyf. De aanbevelingen uit dit rapport kunnen zondermeer overgenomen worden en gemainstreamd worden in het bestaande beleid.

Vooral laagdrempelige informatievoorziening – met bijvoorbeeld een rol voor het Centrum Jeugd en Gezin – is daarvan een voorbeeld. Ook in het onderwijsproject kan dit een nieuw aandachtsgebied worden. Belangrijk is ook dat de gemeente onderzoekt of de Bijzondere Bijstand ingezet kan worden om noodzakelijke behandelingen voor transgenders in te zetten als de zorgverzekeraar die niet wil vergoeden.

GEZONDHEID

En met het woord ‘zorgverzekeraar’ kom ik op het thema ‘Gezondheid’ dat vandaag ook specifieke aandacht krijgt.

Vaststaat dat LHBT’s gezondheidsproblemen hebben die samenhangen met hun sociale positie. Dat wil zeggen, dat die problemen deels samenhangen met de mate waarin zij hun seksuele gerichtheid of genderidentiteit zelf geaccepteerd hebben en geaccepteerd weten in hun naaste omgeving – in het gezin, onder hun vrienden, op school, op het werk en in de buurt waarin zij leven.

Dat betekent dat beleid gericht op het bevorderen van het bespreekbaar maken van seksuele gerichtheid en genderidentiteit en het bevorderen van de sociale acceptatie daarvan altijd tevens ook bijdraagt aan de gezondheidssituatie van LHBT’s. Dat geldt vooral de meeste kwetsbare LHBT-groepen: jongeren, ouderen en alleenstaanden.

Maar het vraagt ook om specifiek flankerend beleid, want onderzoek toont aan dat er nog te veel onwetendheid is over de specifieke gezondheidsklachten van LHBT’s. In een stad met een gerenommeerd Academisch Ziekenhuis en een HBOV-opleiding is het zaak om te onderzoeken of in de opleiding van artsen en verpleegkundigen voldoende aandacht voor deze kwestie bestaat. En andersom: of daar voor de gemeente expertise te halen is om locale hulpverleners te sterken in hun deskundigheid.

In dit verband roept dit ook de vraag op of Nijmegen als LHBT-vriendelijk bolwerk, ook een universiteit en hogescholen heeft die LHBT-vriendelijk zijn – niet enkel door het hebben van een vakgroep homostudies, maar in het hele onderwijscurriculum. Nijmegen als LHBT-aantrekkelijke stad om te komen studeren is natuurlijk nadrukkelijk een gemeentelijk belang!

Hiv is uiteraard een specifiek gezondheidsprobleem onder vooral mannen die seks met mannen hebben. Dat vraagt om permanente aandacht – vooral onder jongeren. Ook dat is een reden voor het COC om aandacht voor homoseksualiteit op te nemen in de kerndoelen van het onderwijs. Dat geeft namelijk de mogelijkheid om te komen tot een vorm van seksuele vorming waar het niet louter gaat om technische kennis over veilig vrijen – die kennis is er namelijk meestal wel onder jongeren, ze wordt alleen te vaak ‘vergeten’ op het moment dat het er echt toe doet… Vandaar dat seksuele vorming zich meer moet richten op het bespreekbaar maken van de relationele en emotionele aspecten van seksualiteit en de verantwoordelijkheden voor elkaar die daar een rol bij spelen. Behalve op school, kunnen daar overigens ook LHBT-jongerengroepen een belangrijke rol bij spelen. De gemeente zou daarvoor in samenwerking met Dito! projecten voor op kunnen zetten.

WERKGEVERSCHAP – de voorbeeldige overheid

Recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, Commissie Gelijke Behandeling en van COC Nederland toont aan dat een derde van de LHBT-werknemers niet voor hun seksuele gerichtheid uitkomt. Dat is een treurig hoog aantal voor een land dat zich er op laat voorstaan internationaal een koploper te zijn als het gaat om LHBT-emancipatie. Het maakt duidelijk dat gelijkberechtiging een papieren werkelijkheid blijft, als er daarnaast niet ook actief beleid door werkgevers gevoerd wordt om de sociale acceptatie van seksuele diversiteit te bevorderen.

Internationaal is duidelijk dat de overheid hier een taak heeft om het goede voorbeeld te geven. De geschiedenis bewijst dit: in Amerika is de LHBT-beweging vanaf de jaren vijftig actief geweest in de strijd tegen discriminerende wetgeving die tot ontslag leidde van openlijke homoseksuele mannen en lesbische vrouwen in overheidsdienst. Daar kwam eind jaren zestig formeel een eind aan – hoewel het einddoel feitelijk pas bereikt is met de afschaffing van het Don’t Ask, Don’t Tell-beleid in de krijgsmacht dat in de loop van deze maand effectief wordt. Het is de Amerikaanse LHBT-activisten steeds duidelijk geweest dat de private sector geen openlijk homoseksuele mannen en lesbische vrouwen in dienst zal nemen, zolang de overheid die groep werknemers als een ‘veiligheidsrisico’ bestempelden.

De overheid heeft de taak om de toon te zetten – door het afschaffen van discriminerende wetgeving en daarna het introduceren van wet- en regelgeving om een veilige werkplek te bevorderen. En vooral door als werkgever die wet- en regelgeving voorbeeldig te implementeren. Daarmee verwerft de overheid zich een positie om ook de private sector aan te spreken. Bondgenoten in die sector zijn er wel – een groeiend aantal bedrijven heeft zich inmiddels aangesloten bij het Company Pride Platform – maar zij vormen nog altijd een minderheid. Zeker in het midden- en kleinbedrijf is er nog een wereld te winnen. Daar kan vooral een locale overheid een stimulerende rol spelen.

Vandaar dat ik de gemeente Nijmegen oproep zich aan te sluiten bij het Dutch Government Pride Plaform dat minister Van Bijsterveldt afgelopen augustus tijdens de Amsterdam Gay Pride gelanceerd heeft. Juist vandaag sluit de gemeente Den Haag zich daarbij aan en die gemeente zal ook de Declaration of Amsterdam van Company Pride Platform ondertekenen – een koploper gemeente als Nijmegen kan dan toch niet achter blijven?

AFSLUITING – 40 JAAR COC NIJMEGEN

Afsluitend – COC Nijmegen bestaat dit jaar 40 jaar en dat mag én wordt trots gevierd.

Die 40 jaar laten een ontwikkeling zien van een stad waarin homoseksualiteit nog nauwelijks bespreekbaar was – en de eerste straatacties begin jaren ‘70 door de Politie Informatie Dienst nauwlettend in de gaten werden gehouden – naar een stad die zich uitbundig roze toont tijdens de Vierdaagse.

Let wel: in 1982 – zolang geleden is dat toch eigenlijk niet eens – werden de Zomerfeesten nog bruut verstoord door gewelddadige rellen bij de homobar ’t Bakkertje in de Van Welderenstraat. Het door het COC toen samengestelde zwartboek ‘Zomerfeest, Homofeest?’ beschrijft die gebeurtenissen in detail, maar gaf ook aanbevelingen om aan zulke toestanden een eind te maken.

Dat is als het om de Vierdaagse Zomerfeesten gaat met de Roze Woensdag meer dan gelukt, mag je wel zeggen. Daar mag het COC trots op zijn – dat ben ik als landelijk voorzitter dan ook – maar daar mag vooral de stad in al zijn geledingen trots op zijn.

Maar klaar zijn we daarmee niet – als we op onze lauweren gaan rusten, versloft wat we bereikt hebben. Een LHBT-vriendelijke stad is een predicaat dat je dagelijks opnieuw moet ‘bewijzen’ – en hoe we dat in de komende jaren vorm gaan geven, dat is de taak van deze werkconferentie. Ik hoop dat ik daar al een goede voorzet voor heb weten te geven.

Aan de slag dus – en succes daarmee!

 

 

 

 


 

Na tien jaar is het klaar met de weigerambtenaar

donderdag, augustus 18th, 2011

De afgelopen week zijn er in Trouw verschillende opiniestukken verschenen – onder meer van adjunct-hoofdredacteur Van Loenen van dit dagblad – over de vermeende religieuze intolerantie van homo’s en de stem die het COC daaraan zou geven door het voeren van actie tegen weigerambtenaren en voor verplichten LHBT-voorlichting op alle scholen. In reactie daarop schreef ik een opinieartikel dat 17 augustus 2011 in Trouw is gepubliceerd.

Hieronder het opinieartikel zoals dat toegezonden werd naar Trouw:

Na tien jaar is het klaar met de weigerambtenaar

De afgelopen dagen zijn verschillende opiniestukken verschenen over vermeende religieuze intolerantie van homo’s en de stem die het COC daaraan zou geven. Het COC zou actie voeren op ‘een venijnige toon’ of in ‘een hetzerige sfeer’. En dan ditmaal niet tegen moslims, maar tegen CDA-minister Van Bijsterveldt. ‘Omdat zij weigerambtenaren niet wenst te ontslaan en scholen niet wil dwingen tot homovoorlichting’, aldus Trouw (8 augustus jl.).

Als voorzitter van COC Nederland betreur ik het dat de indruk bestaat dat wij intolerantie bestrijden met intolerantie. Want dat is geenszins onze insteek.

Opvallend in alle reacties is dat de auteurs ervan lijken uit te gaan dat de lhbt-gemeenschap een homogene groep is. Men lijkt te denken dat het gaat om een groep seculiere blanke mannen die – om het doel van acceptatie te bereiken – zich zonder blikken of blozen afkeert van moslims, christenen en andere religieuze en etnische minderheden. De werkelijkheid is anders. De gemeenschap van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders (LHBT’s) bestaat uit mensen van alle geslachten, religies, etniciteiten en politieke stromingen. LHBT’s delen twee dingen: hun seksuele gerichtheid of genderidentiteit en het verlangen naar gelijke behandeling. Het COC zal homoseksualiteit nooit gebruiken als stok om etnische of religieuze minderheden mee te slaan. Simpelweg omdat wij zelf ook tot die minderheden behoren.

Wel blijven we ons inzetten om de gedeelde wens naar gelijke behandeling te vervullen. Dat kan ons inziens alleen door problemen te benoemen en oplossingen aan te dragen. Zonder aanziens des persoons en zonder vooroordelen. Dat betekent enerzijds het benoemen van de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongeren bij geweldsdelicten tegen homo’s in Amsterdam. En anderzijds het blootleggen van de invloed van de Heilige Stoel op de overheid en de bevolking in landen als Polen, waardoor discriminatie en homofoob gedrag in stand wordt gehouden. Deze twee punten heb ik ook in het programma ‘Flikker op’ aangestipt.

Tijdens de Pride van afgelopen weekend heeft het COC ervoor gekozen niet met een eigen boot deel te nemen, maar in plaats daarvan onze beperkte middelen in te zetten om de belangen van onze achterban te behartigen met een actie tegen weigerambtenaren en voor verplichte voorlichting op school. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat die twee zaken essentieel zijn om gelijke behandeling en het bevorderen van sociale acceptatie te realiseren.

De verplichte voorlichting die wij – gesteund door een ruime meerderheid in de Tweede Kamer – voorstaan, is geen tolerantiedictaat. De voorlichting is bedoeld om scholieren te laten kennismaken met diversiteit in onze pluriforme samenleving. Op dit moment leren scholieren terecht respect te hebben voor de verschillen tussen religies, maar hetzelfde geldt niet voor verschillende samenlevingsvormen die inmiddels een alledaagse werkelijkheid zijn. Hoe scholen die voorlichting invullen maken ze zelf uit – ze zijn enkel verplicht er aandacht aan te besteden. Dat is winst omdat te veel scholen homoseksualiteit nu volledig doodzwijgen.

Onze weerstand tegen weigerambtenaren komt niet voort uit een gebrek aan respect of tolerantie voor de gewetensbezwaren van andersdenkenden. Het komt voort uit de overtuiging dat ambtenaren een neutrale overheid in een pluriforme samenleving vertegenwoordigen en dus de wet zonder onderscheid dienen uit te voeren. Er is geen apart ‘homohuwelijk’ – het huwelijk is opengesteld voor alle paren – en dus gelden er ook geen aparte regels.

Zou het maatschappelijk geaccepteerd zijn als een christen, jood, moslim of iemand vanwege zijn huidskleur door een ambtenaar wordt geweigerd om te huwen? Waarom dan wel als het om twee mannen of twee vrouwen gaat? De overgangsperiode voor hen die reeds deze functie vervulden toen het huwelijk werd opengesteld, heeft nu echt wel lang genoeg geduurd. We zijn tien jaar verder.

Het COC wil daarom dat alle trouwambtenaren in alle gemeenten alle huwelijken sluiten. We staan hier overigens niet alleen in, ook de Commissie Gelijke Behandeling en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vinden dat in deze kwestie principieel voor non-discriminatie moet worden gekozen.

Onze actie langs de Amsterdamse grachten was respectvol en inhoudelijk. Het COC heeft zich steeds nadrukkelijk uitgesproken voor deelname van minister Van Bijsterveldt aan de grachtenparade en tegen acties gericht op haar persoon. Als voorzitter van COC Nederland heb ik ook de uitnodiging van de minister aanvaard om met haar mee te varen op de staatsboot. Een ideale gelegenheid om het door onze achterban gedeelde verlangen naar gelijke behandeling aan de minister over te brengen. En dat is gelukkig niet onopgemerkt gebleven.

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Puur

maandag, juli 19th, 2010

Afgelopen zaterdag was ik op Roze Zaterdag in Amersfoort. De zon scheen, de mensen waren gezellig en er was voldoende te doen. Dus helemaal goed. Het was voor mij sowieso een feestelijke dag met een roze randje, omdat ik die ochtend ben gekozen tot voorzitter van COC Nederland. Trots en fier heb ik van de dag en de optredens genoten.

Tijdens een van de optredens zag ik in het publiek een man lopen. Misschien ken je hem wel. Tatoeages en piercings bedekken en versieren zijn lijf, maar ook zijn gezicht. Het enige waar volgens mij niets op gedrukt of in geprikt is, is zijn leren kleding. Een opvallende verschijning dus. Opeens zag ik een klein jongetje die met zijn mond open naar deze mijnheer keek en toen op de repeatstand zei: ‘Wat mooi, wat mooi, wat is die mijnheer mooi!’ Hij stapte naar die mijnheer toe en streelde met zijn handje over de tatoeages op de hand en arm van die mijnheer en zei weer: ‘Wat mooi, wat mooi.’ Zijn ouders glunderden en de mijnheer keek vriendelijk naar het jongetje. Ik was oprecht vertederd door dit tafereeltje. Wat een puurheid. Wat mooi als je oordeelvrij bent. Wat mooi als je niet wordt gehinderd door vooroordelen of dogma’s.

Die puurheid van dat jongetje is in een breder perspectief helaas vaak ver te zoeken. Tweederde van de homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voelt zich soms onveilig vanwege hun seksuele gerichtheid, veertig procent is zich de afgelopen jaren onveilig gaan voelen en een derde heeft zijn of haar gedrag in de openbare ruimte aangepast. Spanningen tussen bepaalde groepen allochtonen en homoseksuelen nemen toe en er is ook spraken van een toenenemend aantal (gewelds-) incidenten in grote steden.

Hoe kun je er nu voor zorgen dat mensen (weer) oordeelvrij kijken? Dat mensen elkaar laten? Hoe kun je zorgen dat de puurheid zoals bij dat jongetje tijdens roze zaterdag de regel is en niet de uitzondering? Het COC gelooft heilig in onderwijs. Op iedere school zou er aandacht moeten worden besteed aan seksuele diversiteit. En natuurlijk is opvoeding daarbij heel belangrijk. Beide vormen de basis hoe je later naar anderen kijkt. Ik hoop dat die jongen van roze zaterdag blijft, zoals hij nu is: puur!

Vera Bergkamp

Voorzitter COC Nederland

.

vrijdag, april 16th, 2010

.

Onbestaanbaar

maandag, maart 1st, 2010

‘Schandelijk en een militair onwaardig’, zo reageerde demissionair minister Van Middelkoop op de uitspraken van de Amerikaanse generaal Shaheen. Deze oud-militair legde een direct verband tussen de val van Srebrenica en de aanwezigheid van homo’s in het Nederlandse leger. Ook Balkenende reageerde gebeten op de uitspraak, ‘onbestaanbaar’ noemde onze demissionaire premier het.

De mening van Shaheen over de positie van homoseksuelen in het leger is op zich niet uitzonderlijk. Eind februari 2010 nog sprak Generaal James Conway, een topman van het Amerikaanse korps mariniers, zich openlijk uit tegen een wetswijziging die het mogelijk maakt dat homoseksuelen in het leger openlijk voor hun geaardheid kunnen uitkomen.

Het voorstel tot deze wetswijziging komt van president Obama. Al tijdens zijn presidentscampagne gaf hij aan een eind te willen maken aan de wet die in 1993 onder de toenmalige president Bill Clinton tot stand kwam. Volgens die ‘Don’t Ask, Don’t Tell’ wet mogen rekruten enerzijds niet naar hun geaardheid gevraagd worden. Anderzijds kunnen homoseksuelen op straffe van ontslag en mogelijk strafrechtelijke vervolging niet openlijk voor hun homoseksualiteit uitkomen. De uitspraak van de oud-generaal Shaheen is daarom ook niet uitzonderlijk in de context van de politieke interne discussie in de VS.

Sinds de invoering van de wet zijn overigens al meer dan 13.000 soldaten ontslagen vanwege vermeende homoseksualiteit. Ook zijn honderden Arabisch en Perzisch sprekende militaire tolken om deze reden ontslagen. Een van deze tolken is luitenant Dan Choi. Een linguïst, alumni van de vermaarde militaire academie West Point en onderscheiden Irak veteraan. Choi werd ontslagen twee weken nadat hij de militaire homo belangenbeweging Knights Out had opgericht. De Knights Out hanteren de slogan ‘wees nooit tevreden met de halve waarheid als de hele waarheid gewonnen kan worden’.

Homoseksuelen in ons land mogen wel de waarheid over zichzelf vertellen. Zonder bang te zijn voor ontslag en vervolging. Overigens zijn wij wat dit betreft internationaal zeker geen uitzondering: van de 26 NAVO landen laten 22 landen openlijke homo’s en lesbo’s toe in het leger. In de EU is alleen Griekenland een uitzondering; geen enkel ander EU land kent restricties voor homoseksuelen. Zelfs het Russische en Israëlische leger verwelkomen openlijke homoseksuelen.

Toch blijft homoseksualiteit in het leger ook in Nederland nog een gevoelig onderwerp. Vorig jaar gaf het Ministerie van Defensie voor het eerst pas haar militairen toestemming om in uniform deel te nemen aan de Amsterdamse Gay Pride Parade. En ook vindt toch nog een grote groep lesbische en homoseksuele militairen het lastig om uit de kast te komen. Echter, wij lopen als Nederland in vergelijking met de VS natuurlijk wel ver voor de troepen uit.

Daarom vond ik de reactie van Balkenende en Van Middelkoop wat mager. Natuurlijk is een directe afwijzing op zijn plaats en is het heel goed dat beide snel en direct gereageerd hebben. Maar als ik deze vergelijk met de reactie van de Nederlandse ambassadeur in de Verenigde Staten, Renée Jones-Bos dan miste ik toch wat gevoel. Zij reageerde als volgt: ‘Ik ben trots op het feit dat homo’s en lesbiennes openlijk en met waardigheid de Nederlandse krijgsmacht al decennia hebben gediend, zoals nu in Afghanistan’, aldus de ambassadrice. Ook vraagt de reactie van Shaheen om meer dan alleen een veroordeling. Balkenende en Van Middelkoop zouden formeel contact moeten opnemen met de Amerikaanse Senaat. De beschadigende uitspraken van ons leger en van alle homo’s en lesbo’s in het leger moeten via de formele weg worden afgekeurd, zodat ze echt niet meer bestaan.

Vera Bergkamp
Vice Voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl