Archive for the ‘ziz-columnarchief’ Category

Ouders | Nr 2, 2012

zondag, april 22nd, 2012

Vorige keer schreef ik dat er – dankzij het COC – op alle scholen verplichte voorlichting komt over seksualiteit en seksuele diversiteit. Maar hoe zit het nu eigenlijk met de rol van de ouders? Hierover kreeg ik een emotionele mail van een lezer van Z|Z This = Us. Zij gaf aan het goed te vinden dat die voorlichting er nu is, maar dat er thuis in het gezin ook meer aandacht aan besteed zou moeten worden. Bij haar was dat niet het geval en toen ze uiteindelijk uit de kast kwam, waren de reacties niet mild. ‘Mijn moeder was woedend en snoerde mij voor de rest van mijn leven de mond. Als je eigen familie afhaakt, dan is het vertrouwen ook wel op de loop. Het gezin is toch de eerste plaats waar je in een vertrouwde omgeving over zoiets zou kunnen praten? Maar nee hoor! Dus trek ik me steeds verder terug. Ik wil niet continu in de verdediging gaan.’ Zij snijdt een belangrijk onderwerp aan. Wat leren kinderen thuis over homo- en transseksualiteit? Dat het vies is of juist normaal? Dat je homoseksueel mag zijn, maar niet mag doen? Wordt er überhaupt over gesproken? Wat mij opvalt in de reacties van veel ouders, is dat zij het vaak eigenlijk al lang zagen, maar het toch niet bespreekbaar maakten. Soms worden ouders echt overvallen door de homoseksualiteit van hun kind. Het kost vaak tijd om daar overheen te komen en om te kunnen schakelen. Als kinderen het hun ouders vertellen, hebben ze zelf vaak al een langer traject achter de rug. Maar ook ouders hebben tijd nodig. Bij mijn coming-out was dat ook het geval. Achteraf realiseer ik me dat de afwijzing en het verdriet van mijn ouders te maken hadden met de angst dat ik een moeilijke weg zou moeten in gaan. Angst dat ik gepest of gediscrimineerd zou worden. En ook rouw omdat er geen schoonzoon of, in hun beeld, geen kleinkinderen zouden kunnen komen. Maar dat zag ik pas achteraf. In eerste instantie doet het natuurlijk heel veel pijn dat je eigen ouders zo’n moeite hebben met iets wat zo bij jou hoort. En verder is er vaak ook weinig kennis bij ouders. Gelukkig krijgen de ouders van de toekomst vanaf dit schooljaar voorlichting, waardoor ze – als ze eenmaal zelf ouders zijn – meer kennis hebben. Een eerste afwijzing door ouders kan lang doorwerken. De lezeres die ik net citeerde is in de zestig en het onderwerp raakt haar nog steeds diep. Voor veel jongeren die ontdekken dat ze homoseksuele gevoelens hebben, is de grootste zorg de reactie van hun ouders. Die is heel bepalend. Begripvolle ouders helpen bij zelfacceptatie en dat in combinatie met goede voorlichting op school, maakt de cirkel rond.

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Roze Wolk | Nr 1, 2012

zondag, april 22nd, 2012

Al een paar weken loop ik op een roze wolk, omdat het na een intensieve en lange lobby van het COC, gelukt is om minister Marja van Bijsterveldt te overtuigen om voorlichting over seksualiteit en seksuele diversiteit op alle scholen in Nederland te verplichten. Op 17 november jl. was het zover. Tijdens het debat in Den Haag voelde ik aan de woordkeuze van de minister dat het rond was. Ik fluisterde Philip, mijn lobbymaatje van het COC, in zijn oor: ‘Het is ons gelukt’. Philip kon zijn emoties niet meer bedwingen. Ik nog heel even. Maar toen ik de zaal verliet, kon ook ik mijn vreugde niet meer onderdrukken. Emotioneel vielen we in elkaars armen. Dag en nacht hebben we er namelijk aan gewerkt om dit voor elkaar te krijgen. Veel samen, maar ook veel met anderen. Want resultaten krijg je alleen maar door een brede steun te vergaren. En die was er. Een Tweede Kamermeerderheid, een petitie die veel mensen hebben getekend, veel maatschappelijke organisaties, het Programma Flikker op met Claudia en Arie, Progay en de AVRO die ons hielpen met onze actie tijdens de Gaypride en nog veel meer. Dank! Met elkaar hebben we een heel belangrijke overwinning behaald. Na de belangrijke stap van de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht tien jaar geleden, dachten veel mensen dat we er waren. Op het gebied van juridische gelijkstelling was veel nu geregeld. Maar langzaam begon daarna het besef te ontstaan, dat er wel juridische gelijkstelling kan zijn, maar dat dit niet automatisch betekent dat gelijkheid ook wordt gevoeld en wordt geuit in de samenleving. En zo begon de tweede fase van homo-emancipatie: het bevorderen van de sociale acceptatie. En daarbinnen is dit de eerste grote mijlpaal. Want veel lesbo’s en homo’s hebben het zwaar op school. Op veel scholen zijn pesterijen, discriminatie en geweld schering en inslag. Het is heel goed dat de minister heeft besloten dat scholen dit vanaf volgend schooljaar moeten registreren. Maar haar besluit over verplichte voorlichting is natuurlijk veel wezenlijker. Het gaat om het bespreekbaar maken van seksuele diversiteit. Daarmee vergroot je het bewustzijn onder alle jongeren en versterk je de positie van jongeren die niet voldoen aan de strikte hetero- en gendernormen. Bij een bijeenkomst van jongeren in Amsterdam waar ik aanwezig was, vertelde een jongen van een jaar of 17 iets wat ik zo treffend vond. Hij zei: ‘Een school moet ons leren wat we allemaal tegenkomen op het pad naar volwassenheid. Geen oordeel, maar ons een brede kijk meegeven.’ Ik kan het niet meer eens zijn met zijn woorden. De minister heeft haar verantwoordelijkheid genomen. En daar zijn we heel blij om. Nu nog een groot deel van de scholen.

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Doorbraak voor lesbische duomoeder | Nr 8, 2011

donderdag, december 22nd, 2011

De afgelopen maanden kreeg ik veel vragen van vrouwenstellen hoe het nu zit met het wetsvoorstel rondom de lesbische duomoeder. Ik ben dan ook zeer verheugd dat er nu eindelijk nieuws is. Op de dag dat ik deze column schreef, stuurde staatssecretaris Teeven van het Ministerie van Veiligheid en Justitie het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Teeven komt daarmee de toezegging na die hij in maart jl. deed aan het COC. Een doorbraak, na een intensieve en lange lobby van ons. Toen ik het nieuws hoorde, kon ik het daarom ook niet laten om een vreugdedansje te doen. Natuurlijk moet het wetsvoorstel nog het traject met de Kamer in, maar onze verwachting is dat voor de zomer 2012 of vrij snel daarna de nieuwe wet, of juister gezegd de wet tot wijziging, in gang kan gaan. De inhoud van deze column is dan ook nog onder voorbehoud. Want wijzigingen kunnen nog worden aangebracht in het voorstel. Zo is er ook nog een paar verbeterpunten door ons aangegeven. Hou de ontwikkelingen dus scherp in de gaten, bijvoorbeeld via onze site. Wat is de kern van de verandering? Het wetsvoorstel regelt dat de vrouwelijke partner van de moeder, de duomoeder, de juridische ouder van een kind kan worden zonder dat daarvoor een gerechtelijke procedure is vereist. Nu moet de duomoeder haar kindje adopteren. Dat is bij invoering van het wetsvoorstel passé. En zo komt een einde aan een langdurige, kostbare en vaak emotioneel belastende procedure bij de rechter. De duomoeder kan, net als een vader, haar kind gewoon zonder tussenkomst van een rechter aangeven op het stadhuis. Van belang is ook om te weten dat het moederschap van de duomoeder ontstaat van rechtswege als de duomoeder is gehuwd met de moeder van het kind en duidelijk is dat de biologische vader van het kind geen rol zal spelen in zijn verzorging en opvoeding. In alle andere gevallen kan de duomoeder het kind erkennen. Het is nog best een complexe materie. Dus als jullie een kinderwens hebben, verdiep je er dan goed in van te voren en denk in ieder geval na over de volgende vragen: – Willen we gebruik maken van een bekende of onbekende donor? – Willen we een rol voor de biologische vader en wat wil hij? – Willen we trouwen of niet? Dit zijn allemaal factoren die de juridische structuur bepalen qua ouderschap. Dit lijkt allemaal klinisch en dat is het ook wel een beetje. Ik denk dat iedereen met een kinderwens ook wel eens gedacht heeft tijdens een mooie vrijpartij: kon zij nu maar gewoon zwanger van mij worden of omgekeerd. Maar tja de natuur of God, ik laat dat aan jullie over, had een ander plan. De andere kant is dat we voor zo iets moois, dan maar ook wat meer moeite moeten doen. Het goede is nu wel dat qua juridische positie de lesbische duomoeder gelijke rechten krijgt. En dat is in navolging van landen als Zweden en Canada, een doorbraak te noemen.

Tolerantie? | Nr 7, 2011

maandag, november 7th, 2011

De afgelopen weken ging het in de geschreven media en reacties vaak over hoe tolerant het COC is naar andersdenkenden of gewetensbezwaarden. Zoals jullie inmiddels denk ik wel weten, zijn wij tegen de weigerambtenaar en voor verplichte voorlichting op alle scholen. Maar maakt ons dat intolerant en bestrijden wij intolerantie met intolerantie? In reactie hierop heb ik onlangs een opinieartikel laten plaatsen in de Trouw. Graag citeer ik hieruit en wil ik jullie ook nog laten weten waarom dit juist nu zo’n heet hangijzer voor ons is.

De verplichte voorlichting die wij – gesteund door een ruime meerderheid in de Tweede Kamer – voorstaan, is geen tolerantiedictaat. De voorlichting is bedoeld om scholieren te laten kennismaken met diversiteit in onze pluriforme samenleving. Op dit moment leren scholieren terecht respect te hebben voor de verschillen tussen religies, maar hetzelfde geldt niet voor verschillende samenlevingsvormen die inmiddels een alledaagse werkelijkheid zijn. Hoe scholen die voorlichting invullen maken ze zelf uit – ze zijn enkel verplicht er aandacht aan te besteden. Dat is winst omdat te veel scholen homoseksualiteit nu volledig doodzwijgen. Het argument tegen voorlichting zou zijn dat je scholen niets verplicht moet opleggen. Als dat zo is, waarom zijn er dan kerndoelen, waarin bijvoorbeeld wel het onderwerp levensbeschouwing staat? En cijfers wijzen verder uit dat scholen het blijkbaar niet vanzelf doen. Tweederde van de scholen besteedt geen aandacht aan homo- en transseksualiteit. Een ander tegenargument zou zijn, dat verplichte voorlichting leerlingen dwingt uit de kast te komen, waardoor hun onveiligheid zou worden vergroot. Dit is natuurlijk kul. Met voorlichting probeer je juist een veiliger klimaat te krijgen. En uit de kast komen, blijft natuurlijk een persoonlijke keuze van de scholieren. Dat staat los van verplichte voorlichting. Onze weerstand tegen weigerambtenaren komt niet voort uit een gebrek aan respect of tolerantie voor de gewetensbezwaren van andersdenkenden. Het komt voort uit de overtuiging dat ambtenaren een neutrale overheid in een pluriforme samenleving vertegenwoordigen en dus de wet zonder onderscheid dienen uit te voeren. Dit wordt onderschreven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en door de Commissie Gelijke Behandeling.

In een opinieartikel, in reactie op onze acties, werd de invulling van de militaire dienst gebruikt als argument voor de weigerambtenaar. Toentertijd was er, aldus de auteur, ook ruimte voor gewetensabezwaarden. Wat hij echter vergat aan te geven was dat de dienstplicht in die tijd verplicht was. Het kan een roeping zijn om ambtenaar te worden, maar het is natuurlijk geen plicht. Voor een ambtenaar is het wel een plicht om de wet uit te voeren. Als je hier niet vanuit kan gaan, dan is het einde zoek. Wat als het wetsvoorstel over de lesbische meemoeder er straks eindelijk doorheen is en de ‘meemoeder’ gaat haar kindje aangeven bij de Burgerlijke Stand? Kan een ambtenaar dan ook een beroep doen op zijn of haar gewetensbezwaar? Als de overheid niet meer neutraal is, dan ontstaat een hellend vlak met alle gevolgen van dien. Dat heeft niets te maken met intolerantie, maar met de uitgangspunten van onze democratische rechtsstaat.

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Nog steeds de bloemetjes en de bijtjes | Nr 5, 2011

donderdag, oktober 20th, 2011

Mijn seksuele voorlichting op de basisschool was vrij anatomisch.
we kregen een aantal dia’s te zien van lichaamsdelen die met chique
namen werden aangeduid: de verwekking, de vrucht en vervolgens de
baby. ook werd er iets gezegd over verliefdheid tussen man en vrouw
en dat het mooi was en dat je je er heel bijzonder en beetje in de war
door ging voelen.
ik voelde mij ook in de war. want ik kon mijn lesbische gevoelens
nergens aan spiegelen. ik noemde het natuurlijk nog niet lesbisch,
maar wist wel al heel vroeg dat ik meisjes leuker vond. maar ik kon
de link niet leggen met die biologieles. ik was anders, dat was zeker.
met gym speelden de jongens zeelui en de meisjes waren allemaal
zeemeerminnen. ik vond er geen klap aan en snapte ook niet helemaal
waarom de jongens zich zo aan het uitsloven waren en de meisjes zo
overdreven lachten om hun grappen.
de middelbare school was ook geen openbaring voor mij. het ging nu
vooral over de voortplanting bij dieren. Gelukkig ging ik vaak naar de
bibliotheek, want in de boeken op school herkende ik mezelf niet. in de
bieb zocht ik naar een boek dat ging over liefde tussen twee vrouwen.
ik zocht en zocht en kwam uiteindelijk terecht bij een sm-boek voor
vrouwen. dat was het ook niet helemaal en een beetje geschrokken
kwam ik thuis. die avond hadden we gelukkig nog albert mol op de
buis waar we allemaal erg om moesten lachen. vooral als hij met een
grijns iets ondeugends zei over moeder C. albert mol was bijzonder,
maar ook daarin herkende ik me niet.
anno 2011 is het nog steeds slecht gesteld met de voorlichting. in
nederland besteedt ongeveer tweederde van de scholen geen aandacht
aan homoseksualiteit (of seksuele diversiteit). en als er iets
gebeurt, dan zijn het toch weer de verhalen over de bloemetjes en
bijtjes in een biologieles en dat heeft echt niet veel te maken met
voorlichting over seksuele diversiteit of het bevorderen van acceptatie.
ik kan me gewoon niet voorstellen dat we sinds mijn jeugd geen klap
zijn opgeschoten. vind je het gek dat een groot deel van de jeugd
gechoqueerd is als twee jongens zoenen in Goede Tijden Slechte
Tijden? maar het ergste vind ik dat homoseksuele leerlingen het op
school zo zwaar hebben. schelden en pesten is schering en inslag,
zelfmoordcijfers liggen veel hoger dan bij heterojongeren: de school is
geen veilige omgeving voor lhbt’s.
helaas is onlangs gebleken dat de minister van oCw en dit kabinet
niet voornemens zijn om voorlichting over homo- en transseksualiteit
verplicht te stellen. en dat is bijzonder teleurstellend. ook omdat een
meerderheid in de tweede Kamer hier al sinds 2009 om vraagt. en
scholen het blijkbaar ook niet uit zichzelf doen. om de houding van
scholieren ten aanzien van homoseksualiteit echt structureel te verbeteren
is het noodzakelijk dat alle scholen echt werk gaan maken van
goede voorlichting.
teken daarom onze petitie en vraag al je social media vrienden dat
ook te doen. het is tijd om deze verplichte voorlichting voor elkaar te
krijgen. teken via: www.coc.nl

vera bergkamp
voorzitter CoC nederland

De weigerambtenaar | Nr 6, 2011

donderdag, oktober 20th, 2011

Een weigerambtenaar is een ambtenaar die weigert paren van gelijk geslacht te huwen. Ze beroepen zich daarbij op gewetensbezwaren. Een en ander grijpt terug op het geloof dat het huwelijk uitsluitend ziet als een verbinding tussen alleen man en vrouw. Dit vanwege de instandhouding van het volk Gods. Oftewel het garanderen van de menselijke voortplanting.Nederland kent op dit moment 58 weigerambtenaren. Overigens moet er wel de mogelijkheid zijn om in iedere gemeente te kunnen trouwen. Ik vergelijk het soms met een bus. Er is de zekerheid dat je vervoerd wordt van A naar B, maar niet iedere buschauffeur wil je meenemen. Als ik dit voorbeeld gebruik, dan merk ik dat mijn bloeddruk

weer stijgt van woede. Hoe kun je het recht dat je zelf hebt, niet geven aan een ander. Iemand zei laatst tegen mij: ‘Hoe kan het toch zo zijn dat mensen de liefde van God zo klein maken.’ Of: ‘Hoe kun je Gods Woord zo selectief uitleggen.’Overigens zijn er al weigerambtenaren sinds de openstelling van het burgerlijk huwelijk (1 april 2001). Dus ook onder voormalig minister Plasterk en minister Ter Horst. De huidige minister Van Bijsterveldt wil het beleid van haar voorgangers voortzetten. Toch heeft zij onlangs besloten om samen met minister Donner nog eens kritisch naar het advies van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) te kijken en om uiterlijk voor 31 oktober 2011 met een reactie te komen. Als COC zijn we zeer verontwaardigd en teleurgesteld dat het besluit weer is uitgesteld om deze discriminatie te beëindigen. Maar er is nog hoop, omdat een definitief besluit dus nog niet is gevallen. We gaan dus door met de strijd om dit gelijke recht te bereiken. Dat het een gevoelig onderwerp is, bleek de afgelopen periode. Zo kregen we als COC naast begripvolle, ook boze reacties op het besluit dat ik tijdens de Gay Pride meevaar met de minister op de staatsboot. Die reacties waren soms best heftig en varieerde van ‘geef elkaar een judaskus’ tot ‘Wie is de mol?’ Daarnaast ontstond er ook een wat grimmige sfeer richting de minister. Zo werd er gesproken over onder andere het gooien van waterbommen of het massaal haar de rug toekeren.

Tja, je bent ook maar mens, dus dat doet toch wel wat met je en ik weet zeker ook met haar.Toch ga ik meevaren. Waarom? Ik zie dit als een uitgesproken kans om de minister aan boord, meer dan drie uur, te confronteren met haar standpunt in deze. Hoe? Dat hou ik nog even geheim. Maar één ding is zeker, als COC doen we dat met respect. Want ook al denk je anders, wij vinden dat je de ander in zijn waarde moet laten. Daar bereik je uiteindelijk ook het meest mee is onze ervaring en dat zie je ook terug in onze behaalde resultaten. Tenslotte een persoonlijke noot. Ik ben geen heilige, maar voor mij is wel de gulden leefregel uit de Bijbel: ‘behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jullie behandelen’. Als we dit met zijn alle zouden naleven, dan waren er volgens mij geen ambtenaren met gewetensbezwaren.

En overigens ook geen mensen die andersdenkenden willen uitsluiten of kwetsen. Vera BergkampVoorzitter COC Nederland

Nog steeds de bloemetjes en de bijtjes | Nr 5, 2011

donderdag, augustus 18th, 2011

Mijn seksuele voorlichting op de basisschool was vrij anatomisch. We kregen een aantal dia’s te zien van lichaamsdelen die met chique namen werden aangeduid: de verwekking, de vrucht en vervolgens de baby. Ook werd er iets gezegd over verliefdheid tussen man en vrouw en dat het mooi was en dat je je er heel bijzonder en beetje in de war door ging voelen.

Ik voelde mij ook in de war. Want ik kon mijn lesbische gevoelens nergens aan spiegelen. Ik noemde het natuurlijk nog niet lesbisch, maar wist wel al heel vroeg dat ik meisjes leuker vond. Maar ik kon de link niet leggen met die biologieles. Ik was anders, dat was zeker. Met gym speelden de jongens zeelui en de meisjes waren allemaal zeemeerminnen. Ik vond er geen klap aan en snapte ook niet helemaal waarom de jongens zich zo aan het uitsloven waren en de meisjes zo overdreven lachten om hun grappen.

De middelbare school was ook geen openbaring voor mij. Het ging nu vooral over de voortplanting bij dieren. Gelukkig ging ik vaak naar de bibliotheek, want in de boeken op school herkende ik mezelf niet. In de bieb zocht ik naar een boek dat ging over liefde tussen twee vrouwen. Ik zocht en zocht en kwam uiteindelijk terecht bij een SM-boek voor vrouwen. Dat was het ook niet helemaal en een beetje geschrokken kwam ik thuis. Die avond hadden we gelukkig nog Albert Mol op de buis waar we allemaal erg om moesten lachen. Vooral als hij met een grijns iets ondeugends zei over Moeder C. Albert Mol was bijzonder, maar ook daarin herkende ik me niet.

Anno 2011 is het nog steeds slecht gesteld met de voorlichting. In Nederland besteedt ongeveer tweederde van de scholen geen aandacht aan homoseksualiteit (of seksuele diversiteit). En als er iets gebeurt, dan zijn het toch weer de verhalen over de bloemetjes en bijtjes in een biologieles en dat heeft echt niet veel te maken met voorlichting over seksuele diversiteit of het bevorderen van acceptatie. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat we sinds mijn jeugd geen klap zijn opgeschoten. Vind je het gek dat een groot deel van de jeugd gechoqueerd is als twee jongens zoenen in Goede Tijden Slechte Tijden? Maar het ergste vind ik dat homoseksuele leerlingen het op school zo zwaar hebben. Schelden en pesten is schering en inslag, zelfmoordcijfers liggen veel hoger dan bij heterojongeren: de school is geen veilige omgeving voor LHBT’s.

Helaas is onlangs gebleken dat de minister van OCW en dit kabinet niet voornemens zijn om voorlichting over homo- en transseksualiteit verplicht te stellen. En dat is bijzonder teleurstellend. Ook omdat een meerderheid in de Tweede Kamer hier al sinds 2009 om vraagt. En scholen het blijkbaar ook niet uit zichzelf doen. Om de houding van scholieren ten aanzien van homoseksualiteit echt structureel te verbeteren is het noodzakelijk dat alle scholen echt werk gaan maken van goede voorlichting. Teken daarom onze petitie en vraag al je social media vrienden dat ook te doen. Het is tijd om deze verplichte voorlichting voor elkaar te krijgen. Teken via: www.coc.nl

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Gelijke rechten is geen vanzelfsprekendheid | Nr 4, 2011

donderdag, augustus 18th, 2011

Laatst kwam ik Josje tegen bij de Roze Filmdagen in Amsterdam. Zij is stagiaire bij Zij aan Zij. Soms ben je onder de indruk van iemand en dat was ik. Jong, zo scherp en maatschappelijk betrokken. We hadden het er met elkaar over dat niet veel lesbische meisjes en homoseksuele jongens zich bewust zijn dat je organisaties als het COC en bepaalde voorvechters nodig hebt om rechten te behouden, rechten te verkrijgen en om de sociale acceptatie te vergroten.

Haar analyse was dat veel jongeren niet weten wat het COC allemaal doet. Zo wordt het geven van voorlichting op scholen niet direct gekoppeld aan het COC. En dat geldt ook voor het jongerennetwerk ‘Jong & Out’ (www.jongenout.nl) en het (social) mediaplatform ‘Expreszo’ (www.expreszo.nl). Terwijl dit toch echt allemaal COC is. Dat jongeren dit niet weten, ligt enerzijds aan onze profilering en PR. Ik kreeg dus meteen een verbeteringstip mee. Anderzijds ligt het ook aan het feit dat veel jongeren de rechten die we nu hebben als vanzelfsprekend beschouwen. Zoals het recht van paren van gelijk geslacht om te mogen trouwen.

Op 1 april is het tien jaar geleden dat dit wettelijk mogelijk werd gemaakt. Veel lesbische meisjes en homoseksuele jongens vinden het logisch dat ze met de partner van hun keuze, of romantisch gezegd ‘de liefde van hun leven’, kunnen trouwen. Toch is dit zeker geen vanzelfsprekendheid. Veel homoseksuele jongeren zijn gewend geraakt aan het feit dat ze kunnen trouwen en kunnen het zich waarschijnlijk niet voorstellen hoe het is om in een tijd te leven waarin dat wettelijk verboden was. Veel jongeren zullen ook niet weten dat Nederland het eerste land ter wereld was dat dit aanpaste.

We hebben geluk gehad dat een bijzondere regering (het Paarse Kabinet) en bijzondere voorvechters (Henk Krol en Boris Ditrich) dit mogelijk hebben gemaakt. Trouwen is nu mogelijk in: Nederland (2001), België (2003), Spanje (2005), Canada (2005), Zuid-Afrika (2006), Noorwegen (2009), Zweden (2009), Portugal (2010), IJsland (2010) en Argentinië (2010). En in bepaalde deelgebieden van de Verenigde Staten. Dus lang nog niet overal. Dat maakt het nog steeds uitzonderlijk, wereldwijd en zelfs in Europa.

Een strijd waar het COC al jaren mee bezig is en in voorop loopt, is het verbeteren van de positie van de lesbische meemoeder. Als twee vrouwen samen een kindje krijgen, dan moet de niet-biologische moeder nu haar kindje adopteren. Wij willen dat er geen rechter meer nodig is om deze positie juridisch goed te regelen. Mijn verwachting is dat onze lobby nu eindelijk succes krijgt. Ik hoop dan ook dat lesbische meisjes zich realiseren dat – als zij straks een gezin krijgen en dezelfde rechten hebben als hetero’s – dit geen vanzelfsprekendheid is. Maar dat dit te danken is aan de volhardendheid van het COC.

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Het seksspel | Nr 3, 2011

donderdag, augustus 18th, 2011

Het meisje kijkt hem met grote donkere, ogen aan. ‘Dus als u kunt kiezen, tussen Yolanthe, u weet wel, die met die mooie, zwarte krullen’, en ze laat een stilte vallen waarin ze hem doordringend aankijkt, ‘en Jan Smit…dan kiest u dus…voor Jan Smit?’ Uit haar blik spreekt verbazing. De vrouwelijke voorlichter kan een kort lachje niet onderdrukken; de puurste vragen zijn het mooist. Haar mannelijke collega lijkt even uit het veld geslagen, en antwoordt dan bevestigend. Het meisje is stil, net zoals de rest van haar klasgenoten, het lijkt of ze even de tijd nodig hebben om dit op zich in te laten werken; de jongen die voor hen staat valt op mannen, het meisje op vrouwen.

Zomaar een moment uit een voorlichting over homoseksualiteit aan een middelbare schoolklas. Bijzonder, zowel voor de leerlingen als voor de voorlichters. En steeds weer anders. Na wat onwennigheid bij de leerlingen, meestal de eerste vijf minuten, neemt vaak de verbazing de overhand; de jongen en het meisje die voor hen staan, zijn homo en lesbisch. En dat dit met seks te maken heeft, is in eerste instantie vaak het meest fascinerend voor de leerlingen. Om de drukte en onrust die dan in de klas ontstaat in goede banen te leiden, gebruiken de voorlichters het seksspel. Alleen het aankondigen daarvan zorgt al voor hilariteit, en alles wat door het hoofd van de jongeren flitst, krijgt vrij spel als ze vervolgens alles hardop mogen roepen wat je in je eentje, of met meer personen, in bed kunt ondernemen. Pijpen, beffen, neuken; de leerlingen blijken goed op de hoogte, en bij sommige woorden geven ze de voorlichters enthousiast een update van hun sekskennis.

In een schema, dat samen met de leerlingen wordt gemaakt, wordt gekeken wat twee vrouwen, twee mannen, een heterostel, of één persoon in bed kan doen. De conclusie; zo vies en seksbelust zijn homo’s en lesbo’s niet, want wat zij in bed doen, kunnen hetero’s ook. En, belangrijker nog; het gaat niet om de standjes en de handelingen, maar om of datgene wat je samen in bed doet, ook hetgeen is dat je wilt; of het goed voelt. De voorlichting is voorbij. Als de voorlichters bij het naar buiten gaan het meisje met de donkere ogen weer tegenkomen, groet ze hen enthousiast. ‘Het was een coole les meneer’, zegt ze tegen de mannelijke voorlichter, ‘bedankt!’ En ze sluit zich weer aan bij haar vriendinnen.

Een van de belangrijkste taken van het COC is het verzorgen van voorlichting op scholen. Ik ben daar heel trots op. Helaas, zijn er nog heel veel scholen waar geen aandacht wordt besteed aan seksuele diversiteit. Daarom pleiten wij als COC er al heel lang voor dat iedere school verplicht is om hier aandacht aan te besteden. Dat is het meest fundamentele wat je kunt doen om een veilige en prettige school te creëren voor lesbo’s, homo’s, bi’s en transgenders en om homofobie aan te pakken en te voorkomen.

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Het zal je maar gebeuren | Nr 2, 2011

donderdag, augustus 18th, 2011

Je voelt je niet meer veilig in je eigen leefomgeving. Als je naar huis loopt, ben je bang. Als je boodschappen doet, ben je bang. Als je de hand vasthoudt van jouw vriendin, dan ben je bang. Angst vanwege een groep rotjongens die het niet kunnen laten om je uit te schelden, te treiteren en zelfs te intimideren. Alleen vanwege je seksuele voorkeur. Zij hebben de buurt overgenomen. Ouders zijn zich niet bewust van het gedrag van hun zoon, of weten uit angst voor hun eigen kind niet wat te doen. Buurtbewoners weten van het probleem, maar onttrekken zich. Ook uit angst, want straks worden zij het doelwit. Wat kun je dan nog doen? Verhuizen? Voor velen van ons is deze situatie bijna niet voor te stellen. Toch overkwam het een lesbisch stel in Amsterdam-Oost.

Toen ik dit verhaal hoorde, heb ik dan ook contact gezocht met deze dames. Het COC probeert namelijk daar waar mogelijk ondersteuning te bieden aan LG BT’s die worden (weg)getreiterd. We besloten samen, ook met de voorzitter van COC Amsterdam, naar de wethouder te gaan. Het was een warm en vooral persoonlijk gesprek, waar ik niet verder in detail op in ga.

In algemene zin kan ik wel zeggen dat dit een complex probleem is. Om van een probleemwijk een leefbare buurt te maken, moet aan meerdere knoppen worden gedraaid. Maar aan welke? Natuurlijk is het belangrijk om de jongens, die het probleem veroorzaken, hard aan te pakken. En daarvoor moet duidelijk zijn wie dat precies zijn. Daarom is het nodig dat er op bepaalde plaatsen cameratoezicht is, dat de politie regelmatig rondloopt, dat de buurtregisseurs goed op de hoogte zijn, maar ook dat de buurt solidair is in het willen aanpakken van de problemen.

In een situatie als deze vraag je jezelf ook af waar de ouders zijn. Hun onzichtbaarheid is eveneens onderdeel van het probleem. Gemeente, politie, welzijnswerkers en scholen zullen gecoördineerd in actie moeten komen om het gedrag van kinderen te bespreken met hun ouders en hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid. Verder speelt het onderwijs een cruciale rol. Het COC pleit al jaren voor structurele aandacht voor seksuele diversiteit op alle scholen.

Tot slot moet opgemerkt worden dat het bevorderen van de sociale acceptatie een taak is van alle maatschappelijke instituten en organisaties. Deze zouden veel vaker van zich moeten laten horen: van zelforganisatie tot buurtvereniging en van kerk tot moskee. In Amsterdam wordt de overlast vaak veroorzaakt door Marokkaanse jongens. Dit vergt specifieke aandacht en vraagt juist om een (re)actie uit de Marokkaanse gemeenschap zelf.

Dit zijn in een notendop de acties die de verschillende maatschappelijke partijen moeten ondernemen in de aanpak van dit soort problemen. Maar mocht je onverhoopt persoonlijk in zo’n situatie terechtkomen, dan kun je zelf ook wat doen. Doe altijd aangifte, bespreek de problemen met de buurtregisseur, woningbouwcorporatie en gemeente. Empower jezelf, dat geeft kracht. Dat hebben de dames uit Oost ook ervaren. Zij hebben de steun die ze hebben gekregen vanuit de gemeente, de politie en het COC zeer gewaardeerd. Ze voelen zich niet meer alleen staan. Ze weten nu wie ze kunnen bellen, als ze zich weer bedreigd voelen. Ook zal er door de gemeente in gesprek worden gegaan met de buurt. Dit alles is winst. En of ze toch gaan verhuizen? Tja, dat moet de tijd uitwijzen.

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl