Archive for the ‘ziz-columnarchief’ Category

Hoor onze stem | Nr 1, 2011

donderdag, augustus 18th, 2011

Onlangs kreeg ik een exemplaar in mijn handen van het boek Hoor onze stem! (www.hooronzestem.nl). Een boek waarin christelijke lesbische vrouwen uit heel Europa hun verhaal vertellen. Het boek is geschreven – de titel zegt het al – omdat de stem van deze groep weinig wordt gehoord.

Voor alle vrouwen die geïnteresseerd zijn in het onderwerp religie is het een interessant boek. Het beslaat de persoonlijke verhalen van vrouwen uit 26 Europese landen uit verschillende christelijke stromingen. Je leest soms uitspraken waar je je wenkbrauwen, in ieder geval had ik die reactie, minimaal fronst. Zoals: ‘Ik denk dat vrouwen lesbisch worden, omdat ze teleurgesteld zijn in mannen.’ Maar je leest ook uitspraken waar veel kracht vanuit gaat: ‘Het leven is te kostbaar om tijd te verspillen met strijd en buitensluiting, haten en kwetsen.’

Religie en homoseksualiteit zijn door de eeuwen heen, en nu nog steeds, een moeilijke combinatie. Voor veel christelijke lesbische of biseksuele vrouwen leidt het vaak tot een innerlijke strijd. En de omgeving doet vaak ook nog een duit in het zakje.

Het COC wil het onderwerp homoseksualiteit graag bespreekbaar maken in religieuze kring. Zo ligt er op dit moment een verzoek om in gesprek te gaan met de bisschoppenconferentie, het hoogste overlegorgaan van de Katholieke kerk in Nederland. In dit overleg willen we het hebben over de positie van homoseksuele, lesbische en biseksuele katholieken en de pastorale zorg en opvang voor deze groep parochianen. Het gaat daarbij niet om het ter discussie stellen van de kerkelijke leer, want daar kom je toch niet uit.

Ik ben er van overtuigd dat met elkaar in gesprek komen en blijven, meer oplevert dan eenzijdig een visie trachten op te leggen. Maar het COC is natuurlijk ook een belangenbehartiger en ons past soms ook een stevige toon. Vooral op die momenten dat respect voor onze doelgroep ver te zoeken is. Ook religie zou immers nooit mogen leiden tot discriminatie of uitsluiting. Maar het zoeken van de dialoog heeft altijd de voorkeur. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn om wederzijds respect te tonen en elkaar te vinden. En ook religie staat niet stil, maar ontwikkelt zich.

Persoonlijk vind ik daarom ook de preek die Tom Mikkers van de Remonstrantse Broedergemeenschap op 16 mei 2010 gaf, zeer inspirerend. Ik citeer een paar alinea’s (je kunt overigens de hele tekst lezen op mijn site www.verabergkamp.nl).

‘…omdat geloven niets te maken heeft met stellingname (met ‘zo is het’) maar met een innerlijk afgestemd zijn op jezelf, je medemens en op het grotere geheel dat we misschien ook wel bij gebrek aan zeker weten God noemen. Het boeiende is dat Jezus de vromen en de religieuze leiders die het precies wisten, terecht wees.’

‘Wat dat betreft is in mijn ogen de angst voor kritiek op religie in onze tijd volkomen ongegrond. Want religie versteent zonder kritiek. Alleen door schaven en schuren wordt een steen een diamant.’

Vera Bergkamp

Voorzitter COC Nederland

Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Laat zien dat Nederland een tolerant land moet blijven | Nr 8, 2010

donderdag, augustus 18th, 2011

Op 11 oktober was het Internationale Coming Out Day. Coming Out Day is in 1988 in de Verenigde Staten ontstaan om stil te staan bij het feit dat een jaar daarvoor 500.000 mensen naar Washington trokken om te strijden voor gelijke rechten voor LHBT’s. De bedenkers van Coming Out Day – Dr. Robert Eichberg en Jean O’Leary – moedigden iedereen aan, van welke seksuele voorkeur en genderidentiteit dan ook, om ‘de volgende stap’ te nemen in het openlijk en krachtig jezelf zijn.

In Nederland was het dit jaar voor de derde keer Coming Out Dag. Dagblad Metro besteedde er in samenwerking met het COC aandacht aan. Zo was onder meer een stuk te lezen waarin ik terugkijk op een gesprek met een slachtoffer van anti-homogeweld: ‘Ik ben naar deze stad gekomen om me vrij te voelen, maar dat is er nu wel van af’.

Sander werd op Bevrijdingsdag bij het Amsterdamse Homomonument in elkaar geslagen omdat hij homo is. Zoals ik ook in de Metro zei, vat Sanders’ uitspraak precies samen wat anti-homogeweld met je doet. Het ontneemt lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders (LHBT’s) hun gevoel van vrijheid. Het gevoel dat je onbezorgd hand-in-hand met je vriendin over straat kan lopen. Het gevoel dat je – net als alle verliefde stelletjes – je vriend gewoon een zoen kan geven.

De laatste tijd is het bijna wekelijks raak: een homostel wordt weggepest uit Utrecht, een lesbische vrouw krijgt klappen na het verlaten van een gay café. Dit geweld raakt niet alleen LHBT’s; het raakt iedereen een beetje. Hetero én homo. We verliezen er ons tolerante land door, een land waar alle mensen zichtbaar zichzelf kunnen zijn.

Op Nationale Coming Out Dag 2010 verspreidde het COC daarom via dagblad Metro ruim een half miljoen regenboogposters. De regenboogvlag is immers het internationale symbool voor solidariteit tussen en met de LHBT beweging. Door deze poster voor het raam van je huis, school of werk te hangen, kon je laten zien dat Nederland een tolerant land moet blijven en dat het afgelopen moet zijn met het aanhoudende geweld tegen LHBT’s.

Het is altijd afschuwelijk om klappen te krijgen en uitgescholden te worden. Maar als dat gebeurt omdat je jouw geliefde kust, je hand in hand loopt of puur om wie je bent, dan komt de klap extra hard aan. Op 11 oktober hebben velen laten zien dat we dit geweld niet accepteren. Het was een mooie campagne die ook op 12 oktober nog actueel was. Helaas blijft de noodzakelijke oproep dat het geweld moet stoppen gelden. Dus laat die posters voor jullie raam hangen lieve dames!

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Ik ben geen non | Nr 7, 2010

donderdag, augustus 18th, 2011

Ik vind het heel goed dat de Zij aan Zij deze keer in het teken staat van gezondheid. Vooral, omdat er met betrekking tot dit onderwerp vaak verkeerde beelden zijn bij artsen, in de media, maar ook bij onszelf. Ik heb een roze mobiel van Pink Ribbon. Deze telefoon heb ik twee jaar geleden speciaal gekocht ten behoeve van mijn werk voor het COC. Ik wilde een roze telefoon. Dat vond ik wel grappig en toepasselijk. Het was overigens wel lastig om een roze telefoon te vinden en ik voelde me nogal girlie girlie om winkel in en uit te vragen naar een roze telefoon, maar dit terzijde. Toen bleek dat ik met deze roze telefoon ook Pink Ribbon kon steunen was ik helemaal om. De Stichting Pink Ribbon heeft als doel het aantal mensen dat borstkanker heeft te verminderen, vroege diagnose te bevorderen en de zorg voor patiënten en hun omgeving te verbeteren. Een heel mooi doel vind ik, want borstkanker is natuurlijk een vreselijke ziekte en uit steeds meer onderzoek blijkt dat lesbische en biseksuele vrouwen verhoogd risico lopen, wat veel mensen niet weten.

Wat veel mensen ook niet weten, is dat lesbische en biseksuele vrouwen ook baarmoederhalskanker kunnen krijgen. Ik was lange tijd in de veronderstelling dat hier geen sprake van was, omdat ik dacht dat het virus alleen seksueel overgedragen kon worden via seks met een man. Zoals jullie wellicht weten krijgen vrouwen tussen de 30 en 60 in Nederland elke vijf jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek. Op deze wijze wordt de kans op vroege ontdekking van baarmoederhalskanker vergroot. Bij dit onderzoek wordt een uitstrijkje gemaakt.

Ik kan me het moment nog goed herinneren dat deze brief ook bij mij op de mat viel. Ik moest er ook aan geloven, dus ik maakte een afspraak met mijn huisarts. In de praktijk aangekomen, vernam ik dat mijn eigen huisarts er niet was, maar wel een huisarts in wording. Aan hem vroeg ik of dit onderzoek bij mij wel nodig was, aangezien ik niet met mannen vrij, maar met vrouwen. Antwoord van mijn huisarts in wording was toen: ‘Nee hoor, dan hoeft het eigenlijk niet. Er zijn immers ook geen verhalen bekend dat een non het ooit heeft gekregen.’ Wat onnozel dacht ik toen, dus vrouwen die met vrouwen vrijen, hebben geen seks!? Maar los van het feit dat dit natuurlijk een belachelijke vergelijking is, klopt de bewering niet. Daar kwam ik later achter. Lesbische vrouwen kunnen wel degelijk besmet raken met het HPV-virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Vrouwen kunnen namelijk ook het virus aan elkaar doorgeven. En aangezien veel lesbische vrouwen ooit naar bed zijn geweest met een man, uit Engels onderzoek blijkt zo’n 80%, kunnen ze aan hun vrouwelijke bedgenote het virus doorgeven. Veel lesbische vrouwen denken ten onrechte veilig te zijn wat dit betreft en doen niet allemaal mee aan de screening op baarmoederhalskanker. Dus dames helaas, dat uitstrijkje is ook voor ons van belang, non of geen non.

Vera Bergkamp, voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Zichtbaarheid | Nr 6, 2010

donderdag, augustus 18th, 2011

Van een vriendin kreeg ik laatst een COC ledenblad uit 1953. Het was heel leuk om te zien hoe in 1953 werd gedacht over homoseksualiteit of – zoals het in die tijd werd genoemd – homophilie. Heel veel thema’s in het blad blijken ook nu nog relevant, neem bijvoorbeeld de artikelen: Homophilie en Zelfmoord en Internationaal congres voor seksuele rechtsgelijkheid of Christendom en homoseksualiteit.

Mijn oog viel ook op een uitgebreid artikel gericht op de vrouw. Ik citeer: ‘Waar blijven de psychologische interpretaties, de reclasseringscampagnes, de medische adviezen waar het de lesbienne betreft? Is de wereld van de lesbische vrouw precies zo geconstrueerd als van de homophiele man? Heeft zij in dezelfde mate te kampen met chantage, prostitutiebestrijding, maatschappelijk achteruitzetting? Of ligt het voor haar allemaal geheel anders? Waar blijft haar stem dan op onze nationale en internationale congressen? Waar blijft de medica, de juriste, de psychologe, die de homo-erotiek van de vrouwelijke kant eens aan een onderzoek onderwerpt? Inderdaad, de plaats die de lesbische vrouw in de buitenwereld inneemt, is minder opvallend dan die van de homophiele man en dit kan zeker een oorzaak zijn van de mindere vrouwelijke strijdvaardigheid. Wie niet in het nauw gebracht wordt, valt niet aan. Maar wanneer men ten slotte toch te weten is gekomen, dat de samenwonende vriendinnen nog meer met elkaar delen dan de gezamenlijke zeep en de gezamenlijke koffergrammofoon, hoe rechtvaardigen zij dan hun bestaan?’

Dit artikel is nog steeds relevant. De lesbische vrouw is anno 2010 nog steeds op veel vlakken onzichtbaar. Daarom gaan Stichting OndersteBoven en COC Nederland samen een project uitvoeren onder de titel de Lesbische Alliantie. We willen met elkaar en andere organisaties op een positieve manier een impuls geven aan de emancipatie van lesbische en biseksuele vrouwen in Nederland. Waarom is deze extra aandacht nodig?

Uit onderzoek (2009) van onder andere Stichting OndersteBoven blijkt dat lesbische en biseksuele vrouwen meer psychosociale gezondheidsproblemen hebben dan heteroseksuele vrouwen. Niet doordat zij hun homoseksualiteit zelf als probleem ervaren, maar doordat ze vaak te maken krijgen met negatieve reacties. Dit beeld wordt bevestigd in het onderzoek Steeds gewoner, nooit gewoon van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat onlangs verscheen. De lesbische identiteit en lesbische leefstijl blijven onzichtbaar voor heterojongeren. Zestien procent van de lesbische meisjes heeft bovendien wel eens een zelfmoordpoging gedaan. Een dramatisch hoog cijfer. Bij veel lesbische en biseksuele vrouwen bestaat ook onvrede over onzichtbaarheid in de maatschappij en in de homogemeenschap. Genoeg werk aan de winkel dus! Ik hoop dat ik daar als nieuw gekozen voorzitter van COC Nederland een zichtbare bijdrage aan kan leveren.

‘De lesbienne heeft tot nu toe niet voldoende deelgenomen aan de kamp voor een beter inzicht in onze bestaanssituatie. Het beeld van de homo-erotiek is nog maar voor helft gebeiteld, het heeft nog maar een been, een arm, een voldoende oog. Wanneer wil de vrouw zich over dit beeld ontfermen en het volmaken, zodat het gaaf in de wereld opgericht staat?’

Vera Bergkamp
Voorzitter COC Nederland

Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Bi vanwege porno of emancipatie? | Nr 5, 2010

maandag, juli 19th, 2010

Voor mijn werk voor het COC is het belangrijk om onderzoek in de gaten te houden. Het scherpt mijn mening en vaak vraagt de media het COC ook om een reactie. Laatst viel mijn oog op twee onderzoeken over hetzelfde onderwerp; een uit Zweden en een uit de Verenigde Staten. Uit deze onderzoeken blijkt dat steeds meer vrouwen zichzelf typeren als biseksueel of lesbisch. Interessant om te lezen hoe deskundigen dit verschijnsel verschillend verklaren.

Volgens Leonard Sax, Amerikaans arts en psycholoog, zouden mannen en jongens de oorzaak zijn van de toename in hoeveelheid biseksuele / lesbische vrouwen. Zijn uitleg luidt als volgt: omdat mannen steeds meer naar porno kijken en lesbische scènes geil vinden, passen vrouwen zich daaraan aan. Daarnaast zouden steeds meer vrouwen het gevoel krijgen dat ze moeten concurreren met de porno-illusies die voor die jongens de maat der dingen zijn geworden. Dit maakt dat ze de moed maar opgeven en liefde en seksualiteit bij hun seksegenoten gaan zoeken. Dat is minder gedoe en daarnaast hoeven ze daarmee ook niet te voldoen aan de zogenaamde ‘perfecte lichaamsmaten’, aldus Sax. Porno dus als verklaring voor de toename van biseksuele en lesbische vrouwen. Als je het mij vraagt een nogal mannelijke, seksistische verklaring.

Dan is de invalshoek van Zweeds onderzoek heel wat ‘vrouwvriendelijker‘. Jonge Zweedse vrouwen staan meer open voor seksuele experimenten dan mannen. Ook vrijen de vrouwen steeds vaker met een seksegenoot. Dat blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Malmö in Zweden. Volgens Professor Sven-Axel Månsson verleggen jonge Zweedse vrouwen steeds vaker hun grenzen en willen ze niet meer in een hokje geplaatst worden. Ze beschouwen zich niet langer meer als exclusief hetero, homo of bi. Volgens Månsson ligt de verklaring in het feit dat vrouwen ruimdenkender zijn dan mannen. Voor vrouwen zou het dan ook minder een taboe zijn om seks te hebben met seksegenoten.

Mijn vrije vertaling van de uitkomsten van dit onderzoek is dat vrouwen steeds meer het lef hebben om in een geëmancipeerde samenleving voor hun biseksualiteit uit te komen of daarmee te experimenteren. Meer sterke vrouwen die niet bang zijn om te laten weten dat ze ook best prima seks kunnen hebben zonder mannen. Vrouwen die geen mannen nodig hebben om hun ‘vrouwelijkheid’ te kunnen duiden en die zich juist niet laten weerhouden door mannen om daar speels mee om te gaan. Mijn verklaring: Girlpower!

Vera Bergkamp
Vice Voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Jesus is just all right with me | Nr 4, 2010

maandag, mei 10th, 2010

De hostiegate. Een heftige zaak waar ik namens het COC, samen met Henk Krol, de afgelopen maanden druk mee bezig ben geweest. Het begon klein en lokaal, maar werd een nationale zaak.

Prins Carnaval uit Reusel kreeg geen hostie van pastoor Buyens omdat hij openlijk homoseksueel is. Al snel werd de actie van de plaatselijke pastoor door het bisdom Den Bosch ondersteund. Vervolgens ontstond een brede publieke verontwaardiging. Oproepen werden gedaan om aanwezig te zijn in de Sint-Jan om de heilige communie bij te wonen. Het COC en de Gay Krant riepen mensen op tot een smeekbede.

Daar zat ik vervolgens, samen met Henk Krol, op een kerkbank in een overvolle Sint-Jan. De  bezoekers waren rustig totdat de plebaan (dat is, kort samengevat, een ander woord voor priester) de link legde tussen het ‘niet correct’ beleven van de seksualiteit en de zonde. Met andere woorden: praktiserend lesbo of homo zijn, is een zonde en deze ‘groep’ mag daarom niet de hostie krijgen. Deze onverwachte en onnodig confronterende woorden zorgden ervoor dat veel aanwezige lesbo’s, homo’s en sympathisanten de kerk massaal verlieten. Ik voelde hun pijn. De pijn om als gelovige homo of lesbo uitgesloten te worden van een van de belangrijkste rituelen in de katholieke kerk.

Na de dienst zijn Henk en ik verder in gesprek gegaan met de plebaan en het kerkbestuur om te zoeken naar een oplossing. Die werd uiteindelijk gevonden in ‘de vrijheid’; het is aan het geweten van de gelovige om de afweging te maken wel of niet een hostie te ontvangen. Het gaat dus om de relatie tussen de gelovige en God en daar dient niemand tussen te komen, ook de pastoor niet. Over de kwestie of het praktiseren van homoseksualiteit een zonde is, werd geen compromis bereikt. In dit geval is het zoals het is volgens de kerkelijke leer.

Toen ik in de Sint-Jan zat, dacht ik aan het liedje van The Byrds, die precies de juiste woorden voor deze zaak  wisten te vinden.

Jesus is just all right with me

Jesus is just all right, oh yeah

Jesus is just all right with me

Jesus is just all right

 

I don’t care what they may say

I don’t care what they may do

Jesus is just all right with me

Vera Bergkamp, vicevoorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Het recht om te beledigen? | Nr 3, 2010

zondag, april 11th, 2010

Vind jij dat je altijd alles moet kunnen zeggen wat je denkt? Of zou je juist beschermd willen worden tegen mensen die vinden dat ze alles mogen zeggen en je daarmee dus kunnen beledigen? Als je voor het ene bent, ben je niet per definitie tegen het andere. Het gaat hier dan ook om het lastige dilemma tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het verbod op discriminatie.

Ons recht op vrijheid van meningsuiting staat in de grondwet. Dit betekent dat wij het recht hebben om onze overtuigingen uit te spreken zonder dat we daardoor vervolgd kunnen worden door de staat. Dit is een fundamentele democratische waarde en ik beschouw dit als een groot goed. Zeker als ik soms bijvoorbeeld beelden van Moskou zie, waar mensen demonstreren voor het recht om te mogen demonstreren. Aan de andere kant zit er ook een wettelijke grens aan de vrijheid van meningsuiting. Deze grens wordt bepaald door wetten die discriminerende beledigingen (artikel 137c), het aanzetten tot haat (artikel 137d) en het verspreiden van discriminerende uitlatingen (artikel 137e) verbieden.

Toch zien we in de praktijk dat in de rechtspraak vrijheid van meningsuiting vaak zegeviert ten koste van deze discriminatieverboden. Regelmatig worden er kwetsende uitspraken gedaan over homo’s, maar zelden komt het tot vervolging. Daarmee wint het recht om te beledigen het dus van het recht op bescherming tegen discriminerende uitingen.

Volgens imam Khalil El-Moumni zijn homo’s lager dan honden en varkens, de Hengelose dominee Herbig vindt homoseksualiteit een “vieze en vuile zonde” en volgens voormalig RPF-fractievoorzitter Leen van Dijke is een praktiserend homoseksueel niets beter dan een dief. De Ouddorpse politie-inspecteur A. van der Wende vergeleek in een justitiekrant het gelijkstellen van homoseksualiteit aan heteroseksualiteit met het gelijkstellen van diefstal met schenkingsrecht, of mishandeling met verpleging. In al deze gevallen was er sprake van vrijspraak en kende de rechter het meest zwaarwegende belang toe aan godsdienstvrijheid. Helaas moet ik dan ook de conclusie trekken dat mensen dus blijkbaar het recht hebben om vanuit hun geloof anderen te beledigen.

De vrijheid van godsdienst weegt dus schijnbaar zwaarder dan andere grondrechten. Daar ben ik principieel tegen. Door deze schijnbare onduidelijkheid in verhoudingen mogen scholen nog steeds docenten en leerlingen die zich homoseksueel ‘gedragen’ van school sturen. In bepaalde gemeenten mogen ambtenaren nog steeds vanuit hun geloof weigeren paren van gelijk geslacht te huwen. Als COC lobbyen we al jaren om deze discriminatie tegen te gaan.

Nu geloof ik dat wetgeving en rechtspraak op dit punt van groot belang is, maar een tolerantere samenleving krijgen we er natuurlijk niet echt door. Dit gebeurt wel door een langzaam (emancipatie)proces, waarbij opvoeding en onderwijs essentieel zijn. Daar moeten we dan ook in investeren. Ik heb dan ook een mateloze bewondering voor alle voorlichters op scholen die dit onderwerp bespreekbaar maken. Zij zijn een belangrijk wapen tegen het recht om te beledigen.

Vera Bergkamp
Vice Voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Ze liet mijn hand los | Nr 2 2010

dinsdag, maart 30th, 2010

Het is al donker als ik samen met mijn vriendin naar huis loop. Ontspannen door een fijne avond. Onbevangen. Hand in hand. Vanuit de verte zien we een groepje jongens aankomen. We lijken tegelijk te beseffen dat ze allochtoon zijn. Haast automatisch voel ik de hand van mijn vriendin uit de mijne glijden en steek ik op mijn beurt de handen diep in mijn zakken. Te laat, ze hebben het gezien. Ik hoor ze lachen. Waar ik enkele seconden geleden nog tegen mijn vriendin aanliep en haar warmte voelde, creëer ik snel een afstand die precies genoeg is om ‘gewoon vriendinnen’ te kunnen zijn. Ik zie hoe mijn vriendin haar adem inhoudt en zich, net als ik, probeert te wapenen tegen de opmerkingen die ongetwijfeld gaan komen. Maar dan gebeurt hetgeen we beiden niet verwachtten; een van de jongens stopt, lacht en roept “Jullie kunnen best hand in hand blijven lopen hoor, we zijn geen extremisten of zo.” Verbaasd en niet wetend wat te antwoorden lopen we door.

Deze gebeurtenis is een van mijn collega’s onlangs overkomen. Maar ook ik heb wel eens zo gereageerd. Ik ben ervan overtuigd dat het niet goed is je seksuele geaardheid bewust te verbergen. Voor jezelf niet. Ook vind ik dat je zelf een rol hebt om de samenleving leefbaarder te maken door zichtbaar jezelf te zijn. Ook jij kan dus het emancipatieproces beïnvloeden. Ook als is dat op microniveau.
Maar naast het feit dat ik mijn idealen heb, ben ik ook gewoon een mens en tja, veiligheid van mijn dierbaren en mijzelf staan bij mij toch ook voorop.

In de vroegere tijden draaiden alles om veiligheid. Het was evolutionair gezien nuttig en zelfs van levensbelang om vooroordelen te hebben; als je één keer bent aangevallen door een roofdier is het wel zo veilig aan te nemen dat alle roofdieren levensgevaarlijk zijn. Dat je hiermee generaliseert en alle roofdieren die net op dat moment even geen trek in jou hebben, foutief beoordeelt is niet zo erg. Beter vaak een verkeerde inschatting die je in ieder geval veiligheid biedt, dan één keer niet de juiste, die je vervolgens het leven kost. Maar we leven niet meer in de prehistorie.

Waar komt dat gevoel van angst dan nu vandaan?
Soms is het gebaseerd op een slechte ervaring – je hebt bijvoorbeeld een keer een rotopmerking naar je hoofd geslingerd gekregen. En soms is het een kwestie van vooroordelen gebaseerd op het trekken van eigen conclusies op basis van statistieken, de kracht van de media, opvoeding of de polariserende werking van bepaalde politieke partijen. Zo kunnen er nog veel meer redenen zijn die vooroordelen voeden. Eigenlijk zijn het dezelfde factoren die ervoor zorgen dat sommigen ook bevooroordeeld naar ons kijken. Minderheden hebben dus veel gemeen met andere minderheden. Een maatschappij waar iedereen met respect met elkaar zou kunnen samenleven, is dus goed voor álle minderheden. Er is nog veel werk te doen.

Vera Bergkamp
Vice Voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

De broek aan? | Nr 1, 2010

maandag, maart 1st, 2010

Ik draag vaak een broek zonder daar over na te denken. Ik vind een broek gewoon lekker zitten, en ook mooi. Toch is het dragen van dit kledingstuk voor veel vrouwen geen vanzelfsprekendheid.

Laatst werd ik geraakt door de moedige actie van één vrouw: de Soedanese VN-medewerkster Loubna Ahmed al-Hussein. Zij werd afgelopen zomer opgepakt omdat ze in het openbaar een broek droeg. Ze riskeerde veertig stokslagen. Het dragen van een broek door vrouwen wordt in het streng islamitische Soedan als onzedig beschouwd en op overtreding hiervan staan lijfstraffen. Al-Hussein werkte ten tijde van haar aanhouding voor de VN-missie in Soedan en kon onschendbaarheid aanvragen. Maar dat weigerde ze om “te tonen wat de Soedanese autoriteiten rechtvaardigheid noemen.” Kippenvel krijg ik van dit soort verhalen. Ook denk ik dan meteen: wat kunnen wij nu met elkaar in Nederland doen om de situatie voor vrouwen in andere landen te verbeteren?
Natuurlijk is het makkelijk om een regering van een dergelijk land, waar zo wordt omgegaan met vrouwen, snel te veroordelen als we deze vergelijken met onze eigen zeden en gewoonten. Maar we moeten ons ook realiseren dat emancipatie vaak decennialang duurt. Ook bij ons. Tot ver in de jaren zestig van de vorige eeuw konden vrouwen niet op het werk verschijnen in een broek. Bij sommige overheidsinstanties was het zelfs verboden. Ook nu nog is het dragen van een broek in bepaalde reformatorische kringen not done. En eureka, het is nog even wachten, maar vanaf april volgend jaar kunnen de ruim elfduizend stewardessen en het vrouwelijk grondpersoneel van de KLM in een broek aan het werk. Dus tja, emancipatie duurt lang, als we het dragen van een broek zien als zichtbare uiting daarvan.

Wat veel mensen vaak niet weten, is dat het COC veel internationaal werk doet. Op dit moment is ongeveer tweederde van onze projectsubsidies bedoeld voor internationale activiteiten en werkt een meerderheid van de COC-medewerkers op internationale projecten. Het COC ziet vrouwenemancipatie als lakmoesproef bij de afweging of het mogelijk is in bepaalde landen te werken aan homo-emancipatie. Er moet immers wel een bepaalde basis van emancipatie – hoe klein ook – en dus hoop aanwezig zijn voor het internationale werk van het COC. In landen waar vrouwen worden gestenigd bij het vermoeden van overspel of stokslagen krijgen voor het dragen van een broek, is het bespreekbaar maken van homorechten duidelijk nog een brug te ver. Het COC is daarom weliswaar niet overal ter wereld actief, maar blijft wel alle mogelijkheden onderzoeken om ook in de meest moeilijke landen actief te kunnen worden en toont daar waar mogelijk zijn solidariteit met HLBT’s overal ter wereld.

Een prachtig boek van Femke van Zeijl, Een nacht in een vijzel, laat ons zien dat in Rwanda meisjes graag een jongetje willen zijn of worden, vanwege het onrecht, geweld en misbruik dat meisjes ten deel valt. Ik hoop daarom dat wij vrouwen – lesbisch, biseksueel, transgender of hetero – solidair zijn met deze vrouwen en helpen waar we kunnen. Juist omdat we vrouw zijn.
Vera Bergkamp
Vice Voorzitter COC Nederland

Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Wanneer ben je een vrouw? | Nr 9, 2009

woensdag, december 30th, 2009

“Een vrouw is, wat mij betreft, iemand die zich een vrouw voelt.”

Ik ga er dus vanuit dat je, ongeacht biologische en genetische ‘kenmerken’, bent wie je voelt dat je bent. Dat vind ik een groot menselijk recht, waar niemand aan mag komen. Dat betekent voor mij ook dat iemand die (nog) de mannelijke uiterlijkheden heeft, maar zich vrouw voelt, een vrouw is. Bovendien realiseer ik me dat er mensen zijn die zichzelf niet man of vrouw voelen, maar iets daartussenin. Je bent dus niet altijd het een of het ander. En wat maakt dat uit? Toch kijkt onze samenleving nog steeds op een sterk rigide manier naar vrouwelijkheid, mannelijkheid en gender.

Tijdens de wereldkampioenschappen atletiek in Berlijn deze zomer was het weer bingo. De Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya won met een overweldigende voorsprong de gouden medaille op de achthonderd meter. In de persberichten ging het daarna nauwelijks over deze geweldige prestatie, maar over de vraag of zij een vrouw of een man is. Op basis van haar afgetrainde lichaam, het ontbreken van vrouwelijke rondingen, haar lage stem en het feit dat zij haar tegenstanders slechts figuranten liet zijn, kon het niet anders dan dat zij een man was. Je kunt je bijna niet voorstellen wat een druk er op de schouders van deze achttienjarige vrouw moet hebben gelegen toen een groot deel van de wereldpers twijfelde over haar geslacht. Samen met het Transgender Netwerk Nederland (TNN) heeft het COC in een persbericht dan ook zijn ontsteltenis over de behandeling van Semenya uitgesproken.
Maar ook dichterbij huis hoor ik verhalen over maatschappelijke druk. Laatst sprak ik met een transseksuele vrouw die aangaf dat ze zich nooit ‘zo ver’ zou hebben laten opereren als de maatschappelijke druk niet zo groot was geweest, om te moeten voldoen aan het ideaalplaatje van mannelijkheid of – in dit geval – vrouwelijkheid. Ik vond dat best shocking.

Maar de druk komt niet altijd alleen uit de heterowereld. Ook binnen onze eigen geledingen bestaat er soms een rigide kijk op gender. Toen ik een jaar of achttien was, wilde ik actief worden binnen de lesbische gemeenschap. Ja, lieve dames ik was er vroeg bij om mij maatschappelijk in te zetten (grapje: ik wilde natuurlijk leuke dames ontmoeten). Ik had een advertentie in de krant gelezen dat ze vrijwilligers zochten in een soort buurthuis. Na het sollicitatiegesprek werd ik tot mijn verbazing weer naar huis gestuurd, omdat ik er te vrouwelijk uit zou zien. Ik was verbouwereerd. Bezig met mijn coming-out en dan ook niet geaccepteerd worden door mijn ‘gelijken’? Dit is slechts een persoonlijk verhaal van mij, maar ik denk dat we allemaal wel dit soort ervaringen hebben of iemand kennen die dit heeft ondervonden. Positief of negatief.
Onze wereld is met andere woorden ook niet vies van hokjesdenken. Laten we daarmee ophouden. Daar wordt de wereld zoveel mooier van!

Vera Bergkamp
Vice Voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl