Is Piet-Hein Donner de redder van de Amsterdamse middeninkomens?
wo 14 sep 2011
Deze week werd bekend dat minister Donner zijn plan om 25 punten voor woningen in schaarstegebieden doorzet en wellicht zelfs op zeer korte termijn. Het is niet wat D66 verwacht had als voorstel na de beloften uit het regeerakkoord. Maar nu de situatie zo is, kan het voor de “modale huurders” in Amsterdam een uitkomst zijn. Lees hier een opiniestuk van Tweede Kamerlid Kees Verhoeven en gemeenteraadslid Sebastiaan Capel over hoe Piet-Hein Donner en maatschappelijk bewuste corporaties samen de redder kunnen zijn van de middeninkomens.
Het is voor Amsterdamse middeninkomens helaas een bekend gegeven: je verdient te veel voor een sociale huurwoning en te weinig voor een koopwoning. Huren in de vrije sector is ook een dure grap, want door een gering aanbod en een grote vraag zijn de prijzen in dit segment zeer hoog. De combinatie van regels en hun inkomen zorgt ervoor dat middeninkomens slechts toegang hebben tot een zeer klein deel van de Amsterdamse woningmarkt. De oplossing om die toegang voor hen te vergroten is een aanzienlijke uitbreiding van het segment “modale huur”. Dit segment valt boven de grens voor sociale huurwoningen van 652 euro (en 142 punten in het Woningwaarderingsstelsel (WWS)), maar wel zodanig dat het betaalbaar is, zeg maximaal 900 euro. Over die bovengrens valt trouwens nog genoeg te discussiëren.
Er moet wat gebeuren, dat is inmiddels een gedeeld gevoel in de stad en de gemeenteraad. In het verleden werd voor meer mogelijkheden voor middeninkomens vrijwel uitsluitend gekeken naar de koopsector. Er werden diverse regelingen opgetuigd om het voor middeninkomens makkelijker (lees: betaalbaar) te maken een huis te kopen, bijvoorbeeld door goedkope hypotheken vanuit de gemeente of speciale startersleningen. Maar lang niet iedereen wíl een huis kopen, juist niet in een stad als Amsterdam. Vooral jonge toetreders tot de woningmarkt (vaak gelijktijdig met toetreden tot de arbeidsmark) willen flexibel zijn. Ze weten nog niet of ze in de stad willen blijven wonen; ze weten nog niet of ze hier willen blijven werken; ze zijn op zoek naar een partner en zien dan wel hoe en waar ze gaan wonen. Juist een stad als Amsterdam is de omgeving om tot die besluiten te komen. En tot dat moment willen ze flexibel zijn, ze willen kunnen huren.
In deze krant werd bericht over de oprichting van een nieuwe corporatie, 4 Winden, die huurwoningen in dit segment gaat bouwen. Dit is een prachtig initiatief, maar nieuwbouw zal tijd kosten. Afgelopen week kwam het stadsbestuur ook met een serie voorstellen om dat “modale huursegment” te vergroten in de bestaande woningvoorraad. Helaas is de invloedssfeer van de gemeente beperkt en bleek dat lokale maatregelen slechts een paar duizend woningen opleveren. De “grote klapper” wordt gemaakt als de maatregel van minister Piet-Hein Donner doorgaat waarbij verhuurders in Amsterdam vijfentwintig punten in het WWS mogen toevoegen. Hierdoor komen circa 17.500 sociale huurwoningen van particulieren en circa 46.500 woningen van corporaties vanuit het sociale huursegment (met alle regels die daarbij horen) terecht in het vrije huursegment. Deze woningen zijn dan “geliberaliseerd” en de eigenaar mag zelf bepalen welke huur hij vraagt.
Voor particuliere eigenaren ziet D66 niets in nieuwe regels die hen beperken in de mogelijkheden voor hun geliberaliseerde woningen. Voor de woningcorporaties daarentegen ligt hier een schone taak, een “nieuwe maatschappelijke doelstelling” naast de oorspronkelijke doelstelling van het huisvesten van lage inkomens. In het begin van de 20e eeuw werden vele corporaties opgericht om de slechte woonomstandigheden van lage inkomens te verbeteren. Daar lag toen de grootste noodzaak op de woningmarkt. Nu is er echter een nieuwe groep die op de corporaties aan moet kunnen: “modale huurders”.
Daarom is het van belang dat de Amsterdamse corporaties twee dingen níet doen met de mogelijkheden die zij krijgen door de maatregel van minister Donner. Ten eerste moeten ze hun geliberaliseerde woningen niet verkopen. Doen ze dit wel, dan vergroten ze weliswaar de kopersmarkt, maar zoals eerder betoogd is er een groep die niet kan of wil kopen, maar juist wil huren. Ten tweede moeten de corporaties niet “de hoofdprijs” vragen aan huur. Voor deze woningen gelden geen beperkingen in de huurprijs, maar passend binnen hun “nieuwe maatschappelijke doelstelling” zouden ze een terughoudendheid moeten betrachten in huurprijzen, ook op gewilde plekken. Afspraken met de gemeente die voor alle corporaties gelden (zodat er geen onderlinge strijd ontstaat) kunnen hierbij helpen. Corporaties kunnen echter ook zelf de handschoen oppakken om de modale huurders in Amsterdam een betere toegang tot de woningmarkt te bieden.
De combinatie van Piet-Hein Donner en maatschappelijk bewuste corporaties is de redding van de modale huurder in Amsterdam. En gezien het belang van deze groep voor de stad, of het nu leraren, creatievelingen, politieagenten, afgestudeerden, verplegers of expats zijn, is het ook de redding van de stad.
Kees Verhoeven is woordvoerder Wonen in de Tweede Kamer voor D66, Sebastiaan Capel is gemeenteraadslid voor D66 in Amsterdam. Beiden zijn sociaal geograaf.
Bron: D66 Amsterdam
Gepubliceerd door: Vera Bergkamp
Categorie: d66-nieuwsarchief


