Het recht om te beledigen? | Nr 3, 2010

Vind jij dat je altijd alles moet kunnen zeggen wat je denkt? Of zou je juist beschermd willen worden tegen mensen die vinden dat ze alles mogen zeggen en je daarmee dus kunnen beledigen? Als je voor het ene bent, ben je niet per definitie tegen het andere. Het gaat hier dan ook om het lastige dilemma tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het verbod op discriminatie.

Ons recht op vrijheid van meningsuiting staat in de grondwet. Dit betekent dat wij het recht hebben om onze overtuigingen uit te spreken zonder dat we daardoor vervolgd kunnen worden door de staat. Dit is een fundamentele democratische waarde en ik beschouw dit als een groot goed. Zeker als ik soms bijvoorbeeld beelden van Moskou zie, waar mensen demonstreren voor het recht om te mogen demonstreren. Aan de andere kant zit er ook een wettelijke grens aan de vrijheid van meningsuiting. Deze grens wordt bepaald door wetten die discriminerende beledigingen (artikel 137c), het aanzetten tot haat (artikel 137d) en het verspreiden van discriminerende uitlatingen (artikel 137e) verbieden.

Toch zien we in de praktijk dat in de rechtspraak vrijheid van meningsuiting vaak zegeviert ten koste van deze discriminatieverboden. Regelmatig worden er kwetsende uitspraken gedaan over homo’s, maar zelden komt het tot vervolging. Daarmee wint het recht om te beledigen het dus van het recht op bescherming tegen discriminerende uitingen.

Volgens imam Khalil El-Moumni zijn homo’s lager dan honden en varkens, de Hengelose dominee Herbig vindt homoseksualiteit een “vieze en vuile zonde” en volgens voormalig RPF-fractievoorzitter Leen van Dijke is een praktiserend homoseksueel niets beter dan een dief. De Ouddorpse politie-inspecteur A. van der Wende vergeleek in een justitiekrant het gelijkstellen van homoseksualiteit aan heteroseksualiteit met het gelijkstellen van diefstal met schenkingsrecht, of mishandeling met verpleging. In al deze gevallen was er sprake van vrijspraak en kende de rechter het meest zwaarwegende belang toe aan godsdienstvrijheid. Helaas moet ik dan ook de conclusie trekken dat mensen dus blijkbaar het recht hebben om vanuit hun geloof anderen te beledigen.

De vrijheid van godsdienst weegt dus schijnbaar zwaarder dan andere grondrechten. Daar ben ik principieel tegen. Door deze schijnbare onduidelijkheid in verhoudingen mogen scholen nog steeds docenten en leerlingen die zich homoseksueel ‘gedragen’ van school sturen. In bepaalde gemeenten mogen ambtenaren nog steeds vanuit hun geloof weigeren paren van gelijk geslacht te huwen. Als COC lobbyen we al jaren om deze discriminatie tegen te gaan.

Nu geloof ik dat wetgeving en rechtspraak op dit punt van groot belang is, maar een tolerantere samenleving krijgen we er natuurlijk niet echt door. Dit gebeurt wel door een langzaam (emancipatie)proces, waarbij opvoeding en onderwijs essentieel zijn. Daar moeten we dan ook in investeren. Ik heb dan ook een mateloze bewondering voor alle voorlichters op scholen die dit onderwerp bespreekbaar maken. Zij zijn een belangrijk wapen tegen het recht om te beledigen.

Vera Bergkamp
Vice Voorzitter COC Nederland
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl

Gepubliceerd door: Vera Bergkamp
Categorie: ziz-columnarchief