Op het werk uit de kast of niet? | Nr 8, 2009
ma 30 nov 2009
Onlangs publiceerde de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) een interessant onderzoeksrapport met als titel: Discriminatie is het woord niet. Dit rapport toont aan dat veel lesbische vrouwen en homoseksuele mannen last hebben van getreiter op de werkvloer. Ongeveer tien procent heeft last van expliciete discriminatie op grond van seksuele voorkeur. Lesbische vrouwen hebben veel meer last van ontwijken, negeren, niet serieus genomen worden, seksuele toespelingen en roddelen dan homoseksuele mannen.
Ondanks dat er niet veel officiële klachten binnenkomen bij de CGB, geeft het rapport wel aan dat veel lesbo’s en homo’s in hun werkomgeving niet prettig worden behandeld. Dat is natuurlijk ernstig. Voor de meesten van ons is werk een belangrijk onderdeel van het leven. Vaak bevind je je meer tussen collega’s dan dat je bij je geliefde, vrienden of familie bent.
Als COC pleiten we daarom voor het oppakken van de aanbevelingen uit het CGB-rapport door de overheid en werkgevers- en werknemersorganisaties. Dat is namelijk ook in hun eigen belang. Want een bedrijf waar homoseksuele en lesbische medewerkers zich veilig voelen, heeft een bedrijfscultuur waar íedereen zich prettig en veilig kan voelen, en dus optimale prestaties kan leveren.
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat veel lesbische en homoseksuele medewerkers zichzelf op elke nieuwe werkplek de vraag stellen: kom ik uit de kast of niet? Mijn ervaring is dat je wat dat betreft – gechargeerd – vier soorten lesbische vrouwen hebt.
Categorie 1. De lesbische vrouw die compleet uit de kast is en als ze een relatie heeft vaak praat over “mijn vrouw” of “mijn vriendin”. Alle directe collega’s zijn op de hoogte van haar seksuele voorkeur.
Categorie 2. De lesbische vrouw die het alleen zegt wanneer daar expliciet naar gevraagd wordt, en zoveel mogelijk werk en privé gescheiden houdt.
Categorie 3. De lesbische vrouw die het onderwerp ontwijkt en als ze een relatie heeft het nooit over “mijn vrouw” of “mijn vriendin” heeft, maar altijd spreekt over “mijn partner”, zonder de sekse te verraden.
Categorie 4. De lesbische vrouw die liegt en zegt dat ze een vriend of man heeft, of graag zou willen.
Als ik naar mezelf kijk, moet ik bekennen dat ik bij de start van mijn loopbaan eigenlijk onder de derde categorie viel. Tegenwoordig zit ik aanvankelijk in de eerste categorie en wanneer ik wat langer werkzaam ben in een organisatie groei ik door naar een bescheiden eerste categorie.
Natuurlijk is het heel persoonlijk welke keuze je maakt en is de ene categorie ook niet beter dan de andere. Wie zwijgt kan daardoor intern verscheurd raken met negatieve gevolgen voor de psychische gezondheid. Wie er voor uitkomt, loopt het risico het mikpunt van pesterijen te worden of krijgt de rol van ‘voorlichter’ opgedrongen.
Ook ik heb in bedrijven gewerkt waar opeens tijdens een vergadering aan mij werd gevraagd hoe ik dat zou gaan doen met kinderen. Ik kreeg zelfs een keer de vraag voorgeschoteld of je als lesbische vrouw ook standaard de voorkeur kan hebben om onderop te liggen in bed à la missionarisstand, en wat mijn voorkeur zou zijn. Als jullie het goed vinden, blijf ik het antwoord schuldig.
Als jullie willen reageren op mijn column of ideeën hebben, mail me dan: vera@coc.nl
Gepubliceerd door: Vera Bergkamp
Categorie: ziz-columnarchief


